De geschiedenis van het mestoverschot in Nederland begint rond 1960 wanneer de productie van de landbouw flink toegenomen is. Door specialisatie, schaalvergroting en intensivering is ook in Nederland het fenomeen intensieve veehouderij ontstaan. In 1984 leidde dit tot de invoering van de "Interim-wet beperking varkens- en pluimveehouderijen". Deze wet was sterk gericht op het reguleren van het gebruik van dierlijke mest.
MINAS
In 1998 is de wet beperking varkens- en pluimveehouderijen vervangen door het mineralen aangiftesysteem (MINAS), waardoor ook de aanvoer van kunstmest wordt gereguleerd.
Deze regelgeving, die wordt gecontroleerd door het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij, zorgt ervoor dat de verliezen van de mineralen stikstof en fosfaat naar de bodem minimaal blijven.
De MINAS regelgeving is niet iets wat je zo-even-snel uitlegt. Verschillende manieren van aangifte, het omrekenen van het aantal dieren naar eenheden en verliesnormen maken het er niet gemakkelijker op. Het is aan te raden om deskundige begeleiding te zoeken als een bedrijf te maken krijgt met het MINAS.
Europa
De advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie vindt dat de Nederlandse aanpak van het mestoverschot tekortschiet. Hij concludeert dat het Nederlandse mestbeleid niet in overeenstemming is met de Nitraatrichtlijn van de EU. Daardoor komt er nog altijd te veel nitraat in grond- en oppervlaktewater.