De menstruatiecyclus is een periodieke verandering in het lichaam van de geslachtsrijpe vrouw tussen de puberteit en de menopauze. De cyclus heeft te maken met de eicelrijping en het klaarmaken van het lichaam voor mogelijke zwangerschap. De menstruatiecyclus heeft dus te maken met de vruchtbaarheid van de vrouw. De gemiddelde duur van een normale menstruatiecyclus bedraagt 28 tot 35 dagen, maar kan uiteenlopen van 21 dagen tot drie maanden. De meeste vrouwen hebben een cyclus van rond de 28 dagen. Het verloop wordt gecoördineerd door hormonen.
Hormonaal verloop
Volgens conventie is de eerste dag van de menstruatie-cyclus, die dag waarop de vrouw begint te menstrueren (vaginaal bloed verliezen). Hormonaal gezien wordt de cyclus in twee delen verdeeld. De eerste fase is de folliculaire fase, de tweede de luteïniserende fase.
Tijdens de folliculaire fase scheidt de hypofyse (in de hersenen) follikel stimulerend hormoon (FSH) af dat de granulosacellen van een follikel zal stimuleren tot groei. De follikel is gelegen in de eierstok (ovaria) en bevat de eicel (oocyt). De follikel zelf zal oestrogenen produceren tot het een bijna maximale grootte van 20 mm bereikt. Op dat moment stopt de oestrogeenproductie van het follikel. Deze fase is wisselend in duur. Bij de meeste vrouwen duurt hij ongeveer 14 dagen, maar zal bij een lange cyclus langer duren bijvoorbeeld 21 dagen bij een cyclus van 35 dagen. Dit heeft gevolgen voor de vruchtbare periode (zie verder).
De tweede fase of luteïniserende fase begint op het moment dat de follikel zijn maximale grootte en rijpheid bereikt en geen oestrogeen meer produceert. Dit zal voor de hypofyse de prikkel zijn om luteïniserend hormoon (LH) af te scheiden in plaats van FSH. Onder invloed van dit LH (80 U/l) zal de eicel van metafase I naar metafase II gaan. Dit is de fase waarin de chromosomen gehalveerd worden van 46 naar 23 in aantal. De granulosacellen van het follikel veranderen van vorm en worden dan theca-cellen genoemd. Onder invloed van het LH zullen deze theca-cellen progesteron gaan produceren.
Nu is de eicel in de follikel volledig gerijpt en klaar voor de eisprong (ovulatie) en nadien de bevruchting. De eisprong gebeurt 24 uur na de LH-piek. Na deze eisprong leeft de eicel nog 8 uur, de periode waarin ze bevrucht kan worden.
Het follikel zonder eicel wordt geel lichaam (''corpus luteum'\') genoemd en zal nog enkele dagen de productie van progesteron blijven voortzetten. Als dit geel lichaampje enkele dagen later stopt met de hormoonproductie zal een bloeding optreden (zie verder) indien er geen bevruchting en zwangerschap plaatsvond. De luteïniserende fase duurt altijd precies 14 dagen. De eisprong zal dus steeds precies 14 dagen voor de volgende menstruatie geschieden. Dus niet noodzakelijk rond dag 14 van de nieuwe cyclus!!! Het tijdstip van de eisprong is dus moeilijk te voorspellen, vooral als de duur van cyclus van de vrouw onregelmatig is.
Anticonceptie-pil
De anticonceptiepil werkt in op de hormonen van de normale cyclus. Haar belangrijkste werkzame componenten zijn oestrogeen en progesteron. Bij het pilgebruik zullen er geen eicellen kunnen rijpen en zal er geen eisprong plaatsvinden. Atretische eicellen zullen wel verloren gaan tijdens het pilgebruik.
Invloed op de baarmoeder
In de folliculaire fase, na de menstruatiebloeding, zal de binnenwand van de baarmoeder, het endometrium, dikker worden. Het maakt zich klaar om een bevruchte eicel te kunnen opnemen. Rond het moment van de eisprong is het baarmoederslijmvlies (endometrium) optimaal voor een beginnende zwangerschap. Wordt de eicel bevrucht, dan zal deze tegen de wand van de baarmoeder gaan kleven en zal zich de eerste dagen helemaal in de wand innestelen. Dit is uniek voor de mens, bij andere zoogdieren nestelt de eicel zich slechts gedeeltelijk in de wand.
Het ingenestelde embryo zal na enkele dagen zelf hormonen afscheiden en het endometrium in stand houden zodra het geel lichaampje (corpus luteum) dit niet meer doet. Hierdoor zal er geen menstruele bloeding meer plaatsvinden.
Wanneer er geen zwangerschap plaatsvindt, zal het progesterongehalte in het bloed dalen (bij het afsterven van het corpus luteum) en zal de bloedvoorziening naar de uiterste lagen van het endometrium stilvallen. Die laag sterft af en zal loskomen van baarmoederwand. Hierbij ontstaan er bloedingen die de eerste dag arterieel (slagaderlijk) en dus hevig zullen zijn. De volgende dagen zal er met het slijmvlies enkel nog veneus (aderlijk) bloed verloren worden. Deze bloeding verschilt van vrouw tot vrouw en van cyclus tot cyclus, maar duurt normaal 3 tot 7 dagen waarbij er een totaal bloedverlies is van rond de tien centiliter (vergelijkbaar met een half kopje).
De eicellen
De eicellen bevinden zich in follikels in de eierstokken. Elke vrouw heeft sinds haar geboorte honderdduizenden eicellen. Bij elke menstruatiecyclus komen er hier enkelen van vrij uit de eierstokken. Onder invloed van het FSH zal de eicel met de sterkste receptoren voor dit hormoon het sterkst reageren. Deze dikke follikel scheidt een hormoon af dat inhibine(?) wordt genoemd en dat het FSH voor de andere follikels neutraliseert. Hierdoor zullen andere follikels niet gaan rijpen.
In welke van de twee eierstokken een follikel rijpt, is door toeval bepaald. Wanneer toch een tweede follikel rijpt, zullen er dus twee ovulaties plaatsvinden in één cyclus. In dit geval kunnen er dus twee bevruchtingen plaatsvinden, hetgeen tot een twee-eiïge tweeling kan leiden. Een aantal niet gerijpte eicellen zal ook uitgescheiden worden, maar zijn niet in staat om bevrucht te raken. Deze eicellen worden atretisch genoemd en gaan verloren. In geval van hormoonstimulatie, voor bijvoorbeeld in vitro fertilisatie (IVF) zullen deze anders atretische eicellen wel kunnen rijpen. Het hoogste aantal gerijpte eicellen dat bij de mens ooit geteld is bij een dergelijke stimulatie, is 128. Meestal echter zijn er bij jonge vrouwen zo’n 10 eicellen die rijpen bij hormoonstimulatie. Bij de eisprong barst het follikel en moet de eicel haar weg vinden naar de eileider (tuba ovaria). Ze wordt voortbewogen door de golfslag van een soort bewegende haartjes in de eileider. De bevruchting van de eicel gebeurt reeds in de eileider. Binnen de drie dagen bereikt de eicel de baarmoeder, waar ze zich zal trachten in te nestelen indien ze bevrucht is. Onbevrucht bereikt ze de baarmoeder meestal niet levend, want een eicel blijft onbevrucht slechts 8 uur in leven na de eisprong. Wanneer ze niet innestelt zal ze samen met het menstrueel bloed de schede (vagina) verlaten.
Vruchtbaarheid
De vruchtbaarheid van de vrouw neemt vooral af met de leeftijd, omdat de eicellen van de vrouw verouderen. Op de leeftijd van 20 jaar heeft een vrouw ongeveer 20% afwijkende eicellen, op de leeftijd van 40 jaar is reeds 80% van haar eicellen afwijkend. Dit resulteert naast verminderde vruchtbaarheid ook nog in een verhoogd aantal miskramen indien er toch bevruchting plaatsvindt. Bij de 40-jarige vrouw is de kans op miskraam reeds 50%!
De kans op zwangerschap neemt dus elke cyclus af, enerzijds door de veroudering van de eicellen, anderzijds door het verlies aan eicellen. De vrouw is enkel vruchtbaar in de eerste acht uren na de eisprong. Deze geschiedt (zie boven) precies 14 dagen vóór het eind van de menstruatiecyclus. Geslachtsgemeenschap na deze acht uren, zal dus niet leiden tot zwangerschap. Spermacellen leven echter veel langer dan eicellen en kunnen in het lichaam van de vrouw tot 8 dagen overleven. Dit betekent dat coïtus tot 8 dagen vóór de eisprong kan leiden tot zwangerschap, omdat overlevende spermacellen dagen na de geslachtsgemeenschap nog de eicel kunnen bevruchten. Indien zwangerschap gewenst is, is het dus aangewezen reeds enkele dagen voor de vermoedelijke eisprong geslachtsgemeenschap te hebben. Anderzijds, indien men geen zwangerschap wenst, dient men hier rekening mee te houden. Periodieke onthouding als enig anti-conceptiemiddel is dus erg onbetrouwbaar omdat men moeilijk kan inschatten wanneer de eisprong precies plaatsvindt en men zich tot 8 dagen voordien dient te onthouden.
Zie ook vrouwelijke geslachtsorganen, menstruatie, anticonceptie, IVF.