Macro-economie is de studie van economische systemen als geheel, waarbij verbanden tussen grootheden worden geanalyseerd. Voorbeelden van grootheden zijn: het nationaal inkomen, de werkgelegenheid, consumptie, investeringen en inflatie. Met behulp van verschillende economische modellen wordt geanalyseerd welk overheidsbeleid het beste is ten aanzien van de volgende doelstellingen:
- volledige werkgelegenheid
- stabiel prijspijl
- evenwicht op de lopende rekening van de betalingsbalans
- evenwichtige economische groei
- zorg voor het milieu
- redelijke inkomensverdeling
Tot de dertiger jaren waren de meeste economische analyses geconcentreerd op individuele bedrijven en industriën. Door de Grote Depressie in de jaren dertig en de ontwikkeling van het concept nationaal inkomen en productiestatistieken, kreeg Macro-economie meer aandacht. Van grote invloed waren de ideeën van de Engelse econoom John Maynard Keynes, die uitging van het belang van de effectieve vraag voor de hoogte van het nationaal inkomen.
Binnen de Macro-economie zijn er twee stromingen:
De klassieke benadering
Klassieken benadrukken de aanbodzijde van de economie. Deze economische visie komt voor onder de benaming klassieken, neo-klassieken en monetaristen.
De Keynesiaanse benadering
In tegenstelling tot de klassieken benadrukken Keynesianen de vraagzijde van de economie.
Zie ook: Economie