 |
Maand Een maand, oorspronkelijk de omlooptijd van de maan. De kalender- of burgerlijke maand heeft om praktische redenen een geheel aantal dagen; de maanden hebben echter niet steeds evenveel dagen. In de Gregoriaanse kalender, en andere systemen die op het zonnejaar gebaseerd zijn, is de lengte van de maand zodanig dat er 12 maanden in een jaar gaan. In systemen die op de maand gebaseerd zijn, is de lengte van de maand zodanig dat hij zoveel mogelijk overeenkomt met de synodische maand. In de astronomie onderscheidt men verschillende soorten maanden: - siderische maand: de tijd waarin de maan een volledige omloop om de aarde volbrengt, duur: 27,3217 dagen
- synodische maand: de tijd tussen twee volle manen, duur: 29,5306 dagen
- knopenmaand (draconitische maand): de tijd die de maan nodig heeft om van een klimmende knoop één keer rond te lopen naar de volgende, duur: 27,2122 dagen
- anomalistische maand: de tijd die de maan nodig heeft om van een perigeum één keer rond te lopen naar het volgende, duur: 27,5545 dagen
- tropische maand: de tijd tussen twee opeenvolgende doorgangen van de maan door de uurcirkel van het lentepunt, duur: 27,3216 dagen
Het Westerse jaar bestaat uit de volgende maanden: | Naam maand | aantal dagen | genoemd naar | andere namen | | Januari | 31 | De Romeinse god Janus | Louwmaand | | Februari | 28 of 29 | De Etruskische god Februus | Sprokkelmaand | | Maart | 31 | De Romeinse god Mars | Lentemaand | | April | 30 | aperire ( = openen in Latijn) | Grasmaand | | Mei | 31 | De Romeinse godin Maia | Bloeimaand, Wonnemaand, Mariamaand | | Juni | 30 | De Romeinse godin Juno | Zomermaand, Wiedemaand | | Juli | 31 | De Romeinse heerser Julius Caesar | Hooimaand | | Augustus | 30 | De Romeinse keizer Augustus | Oogstmaand | | September | 31 | Latijn voor zevende maand | Herfstmaand | | Oktober | 30 | Latijn voor achtste maand | Zaaimaand | | November | 31 | Latijn voor negende maand | Slachtmaand | | December | 30 | Latijn voor tiende maand | Wintermaand, Feestmaand, Kerstmaand | Ezelsbruggetje Om het aantal dagen van elke kalendermaand gemakkelijk te bepalen bestaat er een ezelsbruggetje, dat vooral voor kinderen erg behulpzaam kan zijn. Men begint met de rechterwijsvinger, en wijst de knokkel van de wijsvinger van de linkerhand aan. Die noemt men januari, en bovenop een "bergje" telt men 31 dagen. Het dalletje tussen de knokkels van linker wijsvinger en -middenvinger is een laagte, die men februari noemt, en die dus een verminderd aantal dagen heeft - 28 of 29 voor de tweede maand. Men gaat verder naar de knokkel van de middenvinger, noemt hem maart, en het getal wordt door het bergje bepaald: 31. Zo gaat men verder, tot men met juli de knokkel van de pink aanwijst: 31 dagen. Vervolgens wijst men dezelfde knokkel aan, noemt hem nu augustus, en bepaal de dagen: een bergje, dus 31. Nu keert men terug tussen pink en ringvinger, september, 30 dagen. En zoverder tot december, waar men met 31 dagen de laatste maand bereikt heeft. Andere maanden Tijdens de Franse revolutie is tijdelijk een andere kalender ingevoerd, met 12 maanden van elk 30 dagen. Elke maand bestond uit 3 weken van elk 10 dagen. Daarnaast waren er 5 losse dagen. De oude Egyptische kalender bestond ook uit 12 maanden van elk 30 dagen. De oude bijbelse kalender, de moderne joodse kalender en de islamitische kalender kennen de lunaire maand van 29 of 30 dagen. zie ook: Ab Urbe Condita zh-cn:月 zh-tw:月/繁
|
 |
|