De uitvinding van de motor
De motor zorgde ervoor dat je hard vooruit kon komen. Daardoor merkten de mensen van toen niet dat er nog zoveel moest gebeuren aan het kunnen zweven en vliegen. Of misschien snapten ze dat wel, want alles wat fout kon gaan ging dan ook fout. Vliegen met een motor
De gebroeders Wright uit de Verenigde Staten waren een van de pioniers die gemotoriseerde vluchten wilden maken. Hun Wright-Flyer was het eerste gemotoriseerde vliegtuig dat een gecontroleerde vlucht maakte. Dat gebeurde in 1903 op het strand van Kitty Hawk in de Amerikaanse staat North Carolina. Het toestel was het ontwerp van de twee broers Orville en Wilbur Wright en woog maar 340 kg. De eerste vlucht in 1903 duurde 12 seconden, over een afstand van 36 meter. Later diezelfde dag maakten ze nog enkele vluchten, en kwamen tot 800 meter in ongeveer één minuut.
De Amerikaan Charles Lindbergh was de eerste piloot die solo en non-stop over de Atlantische oceaan vloog.
Wat kostte het vliegen?
Proberen te vliegen kostte veel geld (en ook veel gebroken benen, of nog erger!). De uitvinders moesten hun eigen geld gebruiken, of mensen met veel geld vinden, maar dat lukte maar moeilijk. In de jaren rond 1910 ging het wat gemakkelijker. Omdat er vaak oorlogen waren gingen de regeringen van oorlogvoerende landen geld geven voor de ontwikkeling van betere vliegtuigen. Zij dachten toen al dat ze alles konden winnen, als ze maar vliegtuigen hadden. Om te zoeken waar de vijand zat en dat aan de aanvoerders van de soldaten door te geven. Door dat geld kon er veel geoefend worden en kwamen er steeds snellere vliegtuigen, die ook steeds verder konden vliegen.
Wedstrijden
Er werd harder gevlogen en verder. Steeds vaker werd geprobeerd om de eerste te zijn: de eerste die naar Londen vloog, of naar Parijs. De eerste over de oceaan of de eerste naar de andere kant van de wereld.
Militaire en burgerluchtvaart
Wat de mensen konden doen met vliegtuigen werd steeds duidelijker. Je kon er mee spioneren, bommen gooien op de vijand, maar je kon er ook mensen mee vervoeren, als je de vliegtuigen maar groot genoeg maakte. Nederland heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de burgerluchtvaart. Dat begon kort na de eerste luchtvaarttentoonstelling in 1919 in Amsterdam, toen Albert Plesman de eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld oprichtte onder de naam KLM. Zijn vliegtuigen werden geleverd door een andere bekende luchtvaartpionier, Antony Fokker. Het eerste KLM vliegtuig was een Fokker F2 passagierstoestel. In 1927 startte de eerste passagiersverbinding van Amsterdam naar Batavia in het huidige Indonesië, toen nog Nederlands Oost-Indië, waarvoor de moderne Fokker F12 werd gebouwd. In 1934 wonnen de Nederlanders de race naar Melbourne in Australië met de Uiver.
Het kon niet sneller
Tot in de Tweede Wereldoorlog werd alles gedaan om vliegtuigen sneller en groter te maken, zodat er meer mensen en dingen mee konden worden vervoerd. Maar sneller ging het niet meer. Ook niet hoger, omdat de lucht daar te dun, te ijl werd om er te kunnen vliegen. Door de uitvinding van de straalmotor kwam daar verandering in. Eerst bedoeld als militair wapen, later gebruikt om er passagiersvliegtuigen mee voort te stuwen.
Het straaltijdperk
Vanaf 1960 kwamen de eerste straalvliegtuigen, die ervoor zorgden dat men in plaats van 500 tot 600 km per uur wel kon vliegen met een snelheid van bijna 3000 km per uur. Nu nog steeds de hoogste snelheid voor een vliegtuig, dat binnen de atmosfeer om de aarde kan vliegen. In 1960 startte de KLM de eerst rechtstreekse luchtverbinding tussen Amsterdam en New York. Daar vliegen ze nu acht keer per dag naar toe! In zeven uur met een vol passagiersvliegtuig. Vanuit Parijs en Londen wordt (tot eind 2003) ook met een supersonisch vliegtuig met de naam Concorde op New York gevlogen; met dat vliegtuig duurt de vlucht slechts 3 uur.
Voor- en nadelen van het vliegen
Vliegen heeft veel voordelen. Het brengt de mensen dichter bij elkaar, omdat de afstanden korter lijken te worden. Ook wel makkelijk voor vakantie, want je hoeft nu niet meer zo lang in de trein of auto te zitten. Maar er zijn ook veel nadelen, het veroorzaakt geluidsoverlast en luchtvervuiling. Om die redenen is het voor sommige vliegtuigen tegenwoordig verboden om op vliegvelden in dichtbevolkte gebieden te landen. Ook ontstaat een verhoogd risico op mondiale verspreiding van ziektes.