Tagoror  

Encyclopedie




Libertarisme

Introductie

Het libertarisme is een op vrijheid gebaseerde politieke filosofie. Het libertarisme kan je in één zin samenvatten: iedereen heeft de vrijheid te doen en laten wat hij wil, behalve een niet-agressief persoon aantasten in persoon of eigendom. Het wordt ook wel zo geformuleerd: niemand mag geweld initiėren. Geweld wordt in dit verband gedefinieerd als het beschikken over de persoon of het eigendom van een ander terwijl die ander daar bezwaar tegen heeft, of het dreigen hiermee.

Uit het basisprincipe van het libertarisme volgt bijvoorbeeld dat je niet mag stelen, moorden, verkrachten, etc. Echter, als iemand anders met geweld begint mag je je wel met geweld verdedigen of laten verdedigen. Fraude (het tot stand brengen van een ruil met een ander d.m.v. een leugen) wordt binnen het libertarisme ook gezien als geweldsinitiėring.

Nu is bijna iedereen het er over eens dat de libertarische non-agressie regel van toepassing behoort te zijn op het gedrag van normale burgers onderling. Het bijzondere aan het libertarisme is dat zij de non-agressie regel ook van toepassing wil laten zijn op mensen die handelen in opdracht van overheden. Veel overheidswetten zijn namelijk gebaseerd op geweldsinitiėring en libertariėrs willen dat deze wetten worden afgeschaft. Belastingheffing wordt door libertariėrs bijvoorbeeld als een vorm van geweldsinitiėring gezien: de overheid beschikt (zonodig met het geweld van een deurwaarden) over het eigendom van burgers zonder hun toestemming. Een slogal van libertariėrs is: "belasting is diefstal".

Omdat het libertarisme vindt dat alle relaties tussen mensen onderling gebaseerd moeten zijn op vrijwilligheid, en dat alle handelingen moeten zijn toegestaan behalve het beschikken over andermans leven of eigendom, zijn libertariėrs voor een volledige vrije markt-economie (ofwel kapitalisme). Elke regulering anders dan ter bescherming van leven of eigendom (zoals wetten tegen diefstal, fraude, mishandeling en het vervuilen van andermans milieu) zien libertariėrs als een ongeoorloofde inbreuk op de vrijheid. De meeste economische regulering (belasting, vergunningenstelsels, anti-kartelwetgeging, prijsregulering) wordt daarom als ongeoorloofd gezien, en daarom streven libertariėrs naar een vrije markt.

Sommige libertariėrs streven naar een minimale staat (minarchie of nachtwakersstaat) en sommigen streven naar het volledig afschaffen van de staat (anarcho-kapitalisme). Minarchisten willen dat de overheid zich alleen bezig houdt met politie, rechtspraak en leger. De betaling voor die diensten dient vrijwillig te gebeuren en niet door middel van belastingen. Voor politie en rechtspraak is dat enigszins voor te stellen, aangezien mensen die de politie of een rechter nodig hebben zouden kunnen betalen voor de levering van de dienst, of zich daarvoor zouden kunnen verzekeren. Het leger is moeilijker te financieren, omdat dat een collectief goed is, maar het idee is dat het toch zou kunnen worden betaald door donaties of dat men sociale druk (of boycot-acties) gebruikt iedereen over te halen zijn steentje bij te dragen.

Geschiedenis

Het gedachtengoed van het Libertarisme gaat al een aantal eeuwen terug en is vooral voor de geschiedenis van Nederland van groot belang. In de middeleeuwen was Friesland het enige gebied in Nederland zonder horigheid. Wegens de afwezigheid van een centrale staat zou dit dus als een redelijk libertarisch gebied kunnen worden beschouwd.

De Nederlandse Republiek van de 17e en 18e eeuw belichaamde ook in belangrijke mate het libertarische gedachtengoed. De macht van de staat was in deze republiek vrij beperkt en de handel had grotendeels vrij spel, ook om bijvoorbeeld monopolies te vormen. De VOC is daar een goed voorbeeld van. Het verweer van libertariėrs tegen het risico van monopolievorming is dat de meeste monopolies alleen stand kunnen houden dankzij de overheid. Monopolie zou in dat geval niet een probleem van de markt zijn, maar juist een probleem van de staat (en dus een gebrek aan markt).

Dat dit in de 17e eeuw tot een ongekende groei en innovatie op vrijwel alle gebied gevoerd heeft is onmiskenbaar. Nederland was toen een tijd lang het rijkste land van Europa, en mischien van de wereld. In de latere tijd van de Republiek traden ook de schaduwzijden van het systeem aan het licht. Eenmaal gevestigd had de steeds kleiner wordende groep regenten weinig belang meer bij innovatie of wat voor vorm voor verandering en de Nederlandse staat verwerd hoe langer hoe meer tot een systeem om hun belangen in stand te houden. Uiteindelijk leidde dit tot de ondergang van de Republiek en een periode van grote rampspoed.

De Amerikaanse grondwet weerspiegelt ten dele de lessen van de Nederlandse Republiek op dit punt omdat het ontstaan van deze nieuwe staat goeddeels samenviel met de ondergang van de oude. Vooral de latere president Adams heeft in zijn tijd als ambassadeur in het in verval verkerende Holland goed zijn ogen de kost gegeven. De gevolgtrekking van de Founding Fathers was dat de Amerikaanse Republiek wel degelijk zijn eigen rol moest spelen en meer moest zijn dan de spreekbuis van enig monopolie. De Amerikaanse grondwet is niet puur libertarisch, maar staat er wel heel dicht bij en legt maar een hele kleine rol voor de staat weg. Vooral tijdens het presidentschap van Rooseveld in de jaren 30 van de twintigste eeuw kwam daar verandering in. Daarna werd ook in Amerika de overheid en de verzorgingsstaat steeds meer uitgebreid.

In de slotjaren van het tweede millenium is de discussie rond de rol van de staat jegens handelsmonopolies weer opgelaaid, met name rond de vermeende monopoliepositie van het Microsoft bedrijf van Bill Gates.

Externe Links




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.