Lëtzebuergs Luxemburgs (Lëtzebuergs), ofwel Moezel-Frankisch, is de dagelijkse omgangstaal in het Groothertogdom Luxemburg. Taalkundig behoort het tot een aftakking van het Hoogduits: In Luxemburg heeft het in 1984 de status van een officiële taal gekregen. 250.000 mensen hebben ginds het Lëtzebuergs als eerste taal, ongeveer 50.000 als tweede taal. Ondanks dat het over de meerderheid van de bevolking gaat, wordt Lëtzebuergs niet op school geleerd, ook al is het de gebruikelijke omgangstaal. Lëtzebuergs wordt ook gesproken in België rond Sankt-Vith (Zënt-Vaït) en rond Aarlen (Arelerland) (samen zo'n 30.000 man), in een klein stukje van Duitsland (westelijke Eifel), in een stukje in Frankrijk (Lotharingen, rond Thionville) en in de Verenigde Staten door emigranten. De nationale spreuk van het Groothertogdom Luxemburg is ook in het Lëtzebuergs: Mir wëlle bleiwe wat mir sin.
|
|