Tagoror  

Encyclopedie




Lepidoptera

Lepidoptera ('schubvleugeligen') is de latijnse naam voor de orde van de vlinders en motten, die hoort tot de klasse van de Insecten (insecta), die weer behoort tot de stam van de geleedpotigen of Arthropoda.

Binnen de klasse insecta horen de vlinders, die een volledige gedaanteverwisseling doormaken, bij de hoofdorde Endopterygota of Holometabola.
De vlinders vormen na de kevers (coleoptera), de vliegen en muggen (diptera), en de vliesvleugeligen (hymenoptera) een van de grootste orden: er zijn inmiddels ongeveer 160.000 verschillende soorten beschreven.

De vlinders worden volgens de gangbare biologische systematiek onderverdeeld in achtereenvolgens familiess, geslachtenen en soorten. De belangrijkste onderscheidende kenmerken zijn het kleurpatroon en de vleugeladering,

Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen dag- en nachtvlinders, zie verderop. Dit onderscheid wordt overigens in het geheel niet door de taxonomie ondersteund maar is algemeen ingeburgerd.

Table of contents
1 Algemene kenmerken
2 Metamorfose
3 Tong
4 Vleugels
5 Achterlichaam
6 Leefomgeving
7 Vinden van een partner en voortplantingscyclus
8 Zijdevlinder
9 Indeling en benaming
10 Dagvlinders
11 Kleine dagvlinderfamilies
12 Nachtvlinders

Algemene kenmerken

De vlinder vertoont de meeste algemene kenmerken van het insect, zoals 6 gelede poten met kleefklauwtjes, 4 (grote) vleugels, kop met 2 antennes (met goed ontwikkeld reukorgaan), facetogen, palpen, smalle nek, borststuk (thorax) in 3 segmenten, kleurloos bloed, darmen en uitscheidingsorganen. Een vlinder heeft echter geen kaken, althans die zijn bij de nectardrinkende soorten omgevormd tot een lange roltong.

Typische kenmerken van de vlinder

Metamorfose

De manier waarop een larve zich ontwikkelt in een imago (volledig ontwikkeld insect): Eitje-rups-pop-vlinder, noemt men 'metamorfose', een volledige gedaanteverwisseling.

Tong

Een vlinder heeft een buisvormige roltong waarmee nectar uit de bloem kan worden opgezogen, of ander vloeibaar voedsel, zoals sap van zacht rottend fruit, urine, mest, of vocht van dode dieren. De lengte van de tong varieert van 1 centimeter tot wel 15 centimeter bij de Windepijlstaart. Uitzonderingen zijn enkele nachtvlinderfamilies zoals de nachtpauwogigen. Deze hebben helemaal geen tong en nemen als vlinder geen geen voedsel meer op. Ze leven meestal dan ook maar een paar dagen.

Vleugels

De vleugels van een vlinder zijn over het algemeen zeer groot, vergeleken met andere insectensoorten. De afmetingen varieren van enkele milimeters tot wel 30 cm, zoals bij de Atlasvlinder, een Aziatische nachtvlinder. Soms zijn de vleugels behaard; het lichaam vertoont verschiilende behaarde delen.

De kleuren en afbeeldingen die vlinders zo aantrekkelijk kan maken worden veroorzaakt door hele kleine, holle schubben, die dakpansgewijs over elkaar de vleugels en het lichaam bedekken. Het pigment in die schubben geeft de vlinder zijn kleur. Soms creeërt de manier waarop de schubben gerangschikt zijn in combinatie met de lichtval en lichtbreking een prachtige metaalglans. Binnen een soort zijn vaak vele kleurmutaties te vinden. De beide seksen zijn in de meeste gevallen onderling verschillend van kleur en tekening (sexuele dimorfie). Een bijzondere variant is de laterale gynandromorfie, wanneer een vlinder precies in het midden is opgedeeld in mannetje en vrouwtje.

Achterlichaam

Het achterlichaam telt 10 segmenten; de laatste segmenten vormen de geslachtsorganen, een belangrijk identificatiekenmerk, zeker bij vlinders. Bij de mannetjes vormen de laatste 2 segmenten uitwendige organen, bij de vrouwtjes vormen de laatste 3 segmenten een soort inwendige legbuizen. Het leven van het imago is geheel gericht op de voortplanting. Het onbevruchte vrouwtje scheidt een lokstof (feromoon) af om mannetjes aan te trekken. Elke vlindersoort heeft z'n specifieke geur. Sommige mannetjes, zoals de Nachtpauwoog, zijn in staat de geur van een soortgenote op kilometers afstand te ruiken.

Leefomgeving

De favoriete leefomgeving is voor iedere soort specifiek. Licht, temperatuur, vochtigheid en aanwezigheid van de voor de meeste rupsen specifieke voedselplant hebben grote invloed op de overlevingskansen van de vlinder. Het belangrijkst is na de voedselplant de temperatuur, maar de warmtebehoefte verschilt per soort; voor de meeste soorten ligt de ideale temperatuur tussen de 20 en 25 graden Celsius.

Foto gemaakt door Peter van der Wijst,
Texel, De Geul, 24 september 2002.

  • Dagvlinders hebben dunne voelsprieten met een verdikt uiteinde. Dagvlinders vouwen hun vleugels recht boven het lichaam, uitzondering hierop zijn de dikkopjes.

Foto gemaakt door Peter van der Wijst,
Soest, 20 juni 2002.

  • Nachtvlinders hebben verschillende soorten voelsprieten: veervormig, borstelig enz. Ze vouwen hun vleugels als dakpannetjes boven het lichaam of vlak uitgespreid en ook hier zijn er weer uitzonderingen, zoals sommige spanners.

Vinden van een partner en voortplantingscyclus

Soms produceren vrouwtjes, verborgen in de begroeiing, geurstoffen (feromonen) met hun achterlijf die de mannetjes aanlokken. Soms gaat het mannetje ergens zitten waar het vrouwtje hem niet kán missen. Hebben man en vrouw elkaar gevonden zijn er baltsvluchten nodig om het vrouwtje over te halen te paren. De paring duur nogal lang, van 1 tot meerdere uren. In de tijd zijn hun achterlijven met elkaar verbonden. Vliegen is dan geen eenvoudige zaak, dus tijdens de paring lopen de vlinders gevaar. Een enkele keer kun je opgeschrikte parende vlinders, nog met elkaar verbonden, zien vliegen. Het sperma slaat het vrouwtje op in een speciaal zakje in het achterlijf en zodra de eitjes op de waardplant worden afgezet vindt de bevruchting plaats. Elke vlindersoort heeft verschillend gevormde eitjes: bolletjes, kegeltjes, plaatjes en tonnetjes. Ook de kleur kan variëren van helderwit tot rood. Sommige soorten leggen hun eitjes een voor een, andere in kleine of grote groepjes, weer andere in keurige rijtjes of in rommelige hoopjes. De eitjes worden afgezet op bladeren, twijgen, tussen boomschors, tegen bloem- of bladknoppen, of in bloemen; en vrijwel altijd op de voedselplant die de uitkomende rupsen voor hun groei nodig hebben.

Afhankelijk van de temperatuur ontwikkelt het embryo zich in 1 tot 3 weken tot een rups en eet zich een weg uit het eitje om zich vervolgens te goed te doen aan de waardplant. Het leven van een rups is een hachelijke zaak, zij dienen immers als voedsel voor vooral vogels, maar ook andere insecteneters. Zij moeten eten, eten en nog eens eten om te groeien en energie op te doen. Ook moeten ze enkele malen vervellen, als ze uit hun jasje zijn gegroeid.

Het doel van het rupsenbestaan is eten en groeien, tot wel 3000 keer het oorspronkelijke gewicht. Ze variëren qua soort in dikte van een speld tot een duim dik, en van enkele milimeters tot wel 10 cm lang. Na een aantal vervellingen is de groei voltooid en spint de rups een pop om zich heen, hangt de pop aan een draad, uiteinde of haakjes op een beschut plekje op, waarna de metamorfose zich binnen in de pop begint te voltrekken.

De pop wordt niet meteen een vlinder. Het kan acht dagen duren, maar soms ook wel vier jaar. Als de pop uiteindelijk openbarst (langs een voorgevormde breuklijn) komt er een vlinder uit, aanvankelijk week en met nog opgevouwen, verfrommelde vleugels. Dan worden de vleugels hard. Voorzichtig beweegt de vlinder zijn vleugels. Dit noemen we oppompen. En daarna vliegt de vlinder de wereld in.

Zijdevlinder

Een door de mens gecultiveerde vlinder is de zijdevlindervlinder (omwille van de zijde die de rups spint). Deze is door langdurig kweken sterk veranderd ten opzicht van de natuurlijke vorm, en zou niet meer in het wild kunnen overleven.

externe link

Dialectbenamingen voor de vlinder o.a. het verband tussen het woord "butterfly" en de Nederlandse term "botervogel"

Indeling en benaming

Dagvlinders

Grote dagvlinderfamilies:
  • Hespiriidae - Dikkopjes
  • Papilonidae - Grote pages
  • Pieridae - Witjes
  • Heliconiidae - Passiebloemvlinders
  • Lycaenidae - Kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
  • Satyridae - Zandoogjes
  • Nymphalidae - Vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders

Kleine dagvlinderfamilies

  • Acraeidae
  • Ithomoodae
  • Morphidae
  • Danaidae
  • Rionidae

Nachtvlinders

  • Brahmaea wallichii
  • Sphingidae - Pijlstaartvlinders
  • Geometridae - Spanners
  • Arctiidae - Beervlinders
  • Cossidae - Houtboorders
  • Noctuidae - Nachtuiltjes
  • Lasiocampidae
  • Lymantriidae
  • Thyatiridae
  • Uraniidae - Uraniavlinders
  • Zygaenidae - Bloeddropjes

nah:Papalotl



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.