Het Latijnse alfabet is het alfabet dat in vrijwel alle westerse talen wordt gebruikt, zo ook in het Nederlands. De voorloper van het westerse alfabet is ontwikkeld door de Phoeniciėrs (zie Phoenisisch alfabet). In gewijzigde vorm is door de Grieken overgenomen. De Romeinen hebben daar weer een alfabet van afgeleid, dat echter in nogal wat tekens van de voorloper verschilde. Het Latijnse alfabet telde in de tijd van Cicero 21 letters. Voor het weergeven van Griekse woorden werden later Y en Z toegevoegd. I en V hadden zowel vocalische als consonantische waarde. In de Middeleeuwen kwamen J (consonant=medeklinker) en U (vocaal=klinker) erbij. W is dubbel V om /w/ weer te geven (de bilabiale semivocaal van, bijvoorbeeld, het Engels: wall, well, will, ...).
Tegenwoordig bestaat het Latijnse alfabet uit de volgende 26 letters:
A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
In veel talen zijn extra letters toegevoegd, of letters voorzien van diacritische tekens (~ accenten) om te voorzien in taalspecifieke schrijfwijzen voor taaleigen klanken.