Het woord laser is een afkorting van Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation, lichtversterking door gestimuleerde emissie van straling.
Principe
Het berust op de eigenschap van atomen met aangeslagen elektronen, die in een energierijkere baan zitten dan normaal, om bij terugval naar de lagere baan een foton uit te zenden. Treft dit foton een ander atoom in dezelfde aangeslagen toestand, dan zal ook dit elektron terugvallen, onder uitzending van een foton dat dan 'in de pas loopt' met het eerste, etc. Treft het echter een elektron in de lagere baan, dan kan dit het foton ook absorberen en een elektron in de energierijkere baan zetten. Kan men dus een verzameling atomen krijgen waarin het merendeel van de elektronen in de hoge-energietoestand is, (populatie-inversie) dan is het mogelijk om die elektronen collectief te laten terugvallen naar de grondtoestand onder het uitzenden van een sterke lichtpuls, die bovendien, omdat de fotonen in fase zijn allemaal in de pas lopen en daarnaast nog eens allemaal dezelfde golflengte hebben (monochromatisch), nl. overeenkomend met het energieverschil tussen de elektronenbanen. Om de ontlading op te wekken laat men het licht heen en weer kaatsen in een trilholte tussen twee exact parallelle spiegels die een heel aantal golflengten uit elkaar staan. De populatieinversie wordt opgewekt door van buiten af energie in het stelsel te pompen, bv. door het met een andere kleur licht te bestralen of er stroom doorheen te laten lopen of door een chemische reactie. Het resultaat is een sterke coherente bundel licht die uit de trilholte kan ontsnappen door een van de spiegels gedeeltelijk doorlatend te maken.
Types
Bekende typen lasers zijn de robijnlaser, de helium-neon laser, de halfgeleiderlaser, de CO2-laser, de YAG-laser, de kleurstoflaser, e.v.a.
De eerste lasers werden gemaakt in 1960 (Theodore H. Maiman), hoewel Einstein al veel eerder de theoretische basis ervoor had gelegd.
Laserlicht is dus wel gewoon licht maar het is een zeer strakke, zich weinig verspreidende bundel van maar een kleur, en het kan heel erg fel zijn. (Het licht heet monochromatisch en coherent ) Licht- of warmtegevoelige voorwerpen of organen kunnen uit dit licht zoveel energie absorberen dat ze beschadigd worden. Kijk niet in een laser! Het netvlies kan bij sterkere lasers makkelijk beschadigd worden. Dit geldt ook voor infraroodlasers, waarvan het licht niet eens wordt waargenomen en die dus extra gevaarlijk zijn. Aanwijslasers gebruikt in het onderwijs, in waterpassen, streepjescodelezers in kassa's en telescoopvizieren hebben een zo gering vermogen dat ze veilig zijn ook bij in de straal kijken.
Toepassingen
Zie: Toepassingen van lasertechniek