Geschiedenis
De moderne kosmologie begon met de inzichten van Copernicus, waarmee afscheid genomen werd van het oude van oorsprong Griekse geocentrische wereldbeeld. Toen de astronomie een empirische wetenschap werd, waarbij inzichten getoetst werden aan waarnemingen, namen de inzichten in de kosmos toe. Tycho Brahe deed aan het eind van de zestiende eeuw nauwkeurige observaties van de planeetbanen en op grond van die gegevens kon zijn assistent Johannes Kepler zijn beroemde wetten opstellen. Door gebruik te maken van de wiskunde als hulpwetenschap in de astronomie kon Kepler nauwkeurige berekeningen maken.
Door de uitvindingen van de telescoop kon Galileo de manen van Jupiter observeren en een heliocentrische theorie naar voren brengen. Ondanks tegenwerking van de Rooms-Katholieke kerk, die Gallileo negen jaar voor zijn dood levenslang huisarrest had opgelegd, was de vooruitgang van de wetenschappelijke astronomie niet meer tegen te houden. De zwaartekracht wetten van Isaac Newton gaven inzicht in de werking van de zwaartekracht op objecten op grote afstand.
De technologische vooruitgang maakte het mogelijk dat er steeds betere waarnemingen werden gedaan. William Herschel kon dankzij zijn grote zelfgebouwde telescoop waarnemingen doen waarbij hij andere melkwegstelsels kon waarnemen en stelde een theorie op waabij de zon een onderdeel was van zo'n eiland nevel. Een idee dat eerder door Immanuel Kant naar voren was gebracht. Het inzicht dat de zon onderdeel is van een melkwegstelsel betekende een definitief einde van het heliocentrisme, waar bij de zon het middelpunt van het universum was
Onderzoek aan de melkweg werd gedaan door bekende Nederlandse astronomen als Jacobus Cornelius Kapteyn en Jan Hendrik Oort, waardoor inzicht in de structuur en in de rotatie van de melkweg werd gegeven. De uitdijing werd door Edwin Hubble beschreven in een artikel dat in 1929 verscheen. Dit gegeven gecombineerd met de relativiteitstheorie was aanleiding voor de hete oerknaltheorie van George Gamow samen met Ralph Alpher en Robert Herman.
Kosmologie en religie
De kosmologie als wetenschap staat soms op gespannen voet met religie. In veel heilige boeken wordt de schepping beschreven als een daad van een opperwezen. De Rooms-Katholieke kerk heeft het werk van Copernicus en Galileo onmogelijk proberen te maken. Tegenwoordig is er ook veel weerstand vanuit de hoek van creationisten, die niet kunnen aanvaarden dat er een schepping heeft plaatsgevonden die vele miljarden jaren eerder was dan het scheppingsmoment dat volgens bepaalde creationisten 6000 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
Zie ook: Astronomie
Externe link: