Het Koninkrijk Holland ontstond in 1806 toen keizer Napoleon de Bataafse Republiek verving door een monarchie onder leiding van zijn broer Lodewijk Napoleon. Hoewel Napoleon zijn broer op het hart gedrukt had een Fransman te blijven, profileerde Lodewijk Napoleon zich als een zeer 'Hollandse' koning. Koning Lodewijk ontpopte zich als een ware belangenbehartiger van het Nederlandse volk. Nadelige Franse maatregelen, als dienstplicht en het continentaal stelsel voerde hij met zeer veel tegenzin uit. Lodewijks pogingen de Nederlandse bevolking gunstig te stemmen vonden echter geen genade in de ogen van zijn broer.
Op cultureel gebied is Lodewijks nalatenschap zeer belangrijk. De koning trachtte de Nederlandse kunsten en wetenschappen te bevorderen. Dit deed hij onder andere door de instelling van het Koninklijk Instituut van Wetenschappen (de latere KNAW) en de Koninklijke Bibliotheek. Ook gaf hij de aanzet tot de oprichting van het Rijksmuseum, dat in deze beginperiode onderdak vond in het Paleis op de Dam.
In 1809 vond op Walcheren een Engelse invasie plaats. Hoewel deze door Franse en Nederlandse strijdkrachten teniet werd gedaan, betekende het een verdere beschadiging van Lodewijks positie als vorst.
In de winter van 1809 kwam dan ook het einde van het koninkrijk in zicht. Bij keizerlijk decreet van 8 november werd allereerst het zuiden onder Frans bestuur gesteld, in 1810 volgde de rest van het voormalige koninkrijk Holland. Nog meer dan drie jaar, tot november 1813, zouden de Lage Landen deel uit maken van het Franse keizerrijk.