Epidemiologie van kinkhoest in Nederland
Hoewel ernstige gevolgen dus wel kunnen voorkomen moet de kans hierop ook weer niet worden overschat. In de jaren 1996 t/m 1999 overleden in Nederland in totaal 8 kinderen aan kinkhoest1, gemiddeld 2 per jaar. Vrijwel alle sterfte vond plaats bij kinderen jonger dan een jaar. In die zelfde periode werden er per jaar enige duizenden (tussen de vier en tienduizend) ontdekte gevallen gemeld. Behandeling
De bacterie kan worden bestreden met antibiotica, maar op het moment dat de typische hoestbuien gaan optreden leidt een dergelijke behandeling niet meer tot verkorting van de ziekteduur. Wel kunnen kwetsbare personen in een huishouden waar een geval van kinkhoest is ontdekt nog preventief worden behandeld met erythromycine. Het gaat dan vooral om zuigelingen die nog niet volledig gevaccineerd zijn. Het belangrijkste punt van aandacht bij ontdekking van een geval van kinkhoest is dan ook of er zeer jonge, niet of ongevolledig gevaccineerde kinderen blootgesteld kunnen zijn; die moeten dan volgens het Nederlands kinkhoestprotocol liefst preventief worden behandeld en hun vaccinatieserie (eventueel versneld) afmaken. De ziekte is in Nederland aangifteplichtig.
Preventie: vaccinatie
Kinkhoest maakt in Nederland deel uit van het rijksvaccinatieprogramma. Vóór de invoering van dit programma stierven in Nederland per jaar circa 150 kinderen aan de ziekte, bijvoorbeeld in 1940. Wereldwijd ligt het sterftecijfer volgens de WHO rond 2004 nog steeds tussen de 200.000 - 300.000 personen per jaar. Het gaat dan om kinderen jonger dan vijf jaar die niet zijn ingeënt.
Omdat de bacterie waartegen wordt ingeënt niet meer identiek is aan de bacterie die de meeste besmettingen veroorzaakt, komen betrekkelijk veel gevallen toch bij gevaccineerde personen voor. De ziekte verloopt dan wel duidelijk milder. De bijwerkingen die kunnen optreden leiden echter niet tot blijvende lichamelijke of geestelijke invaliditeit. Vaccinatie (in het DKTP-vaccin geeft een bescherming van ongeveer 90% gedurende een aantal jaren. Vanaf 1 juli 2001 krijgen vierjarigen in Nederland een extra inenting tegen kinkhoest, in verband met deze afgenomen effectiviteit. De inenting geldt voor kinderen die zijn geboren vanaf 1 januari 1998.
In het recente verleden heeft een toenemend aantal ouders hun kinderen niet laten inenten tegen kinkhoest omdat het vaccin wel eens aanleiding gaf tot vrij hevige koortsreacties, koortsstuipen en andere ziekteverschijnselen. Door het onmiddelijk toenemen van het aantal gevallen in de jaren daarna, waarvan sommige met dodelijke afloop, is gebleken dat dit toch af te raden is. Er is inmiddels wel een zgn. acellulair kinkhoestvaccin beschikbaar, dat de genoemde nadelen veel minder heeft. Hiermee wordt echter momenteel (2004) in het kader van het rijksvaccinatieprogramma nog niet ingeënt, ook omdat het duurder is. De verantwoordelijke Nederlandse minister heeft echter toegezegd deze mogelijkheid te zullen onderzoeken. Enten met het 'oude' vaccin blijft echter nog steeds te verkiezen boven niet enten !
noten
1) Greeff SC de ; Melker HE de ; Schellekes JFP ; Conyn-van Spaendonk MAE, Kinkhoest: een beschrijving en evaluatie op basis van surveillance gegevens in 1999 en 2000. RIVM rapport nr. 128507009 Externe links
Nederlands kinkhoestprotocol
Bron: Een eerste versie van de tekst op deze pagina was afkomstig van de website van Postbus 51