Een kerncentrale is een elektriciteitscentrale die energie opwerkt met behulp van kernsplijting of (voorlopig alleen in theorie) kernfusie in een of meer kernreactors.
Kernenergie
Met de warmte die vrijkomt door kernsplijting wordt water verhit tot stoom. Deze stoom drijft een turbine aan. Die is gekoppeld aan een grote dynamo: de generator. Deze generator levert op zijn beurt de elektriciteit aan het openbare net.
In een kerncentrale maakt men gebruik van de 'brandstof' uranium om stoom te maken. Bij het splijten van uranium komt een grote hoeveelheid warmte vrij. Dit splijtingsproces vindt plaats in de kernreactor van de centrale. Voor het splijtingsproces in een kernreactor is een speciale soort uranium nodig: uranium-235. In natuurlijk uraniumerts zit gemiddeld nog geen procent van deze uranium-235. De meeste kernreactoren hebben echter uranium nodig waarin minstens drie procent uranium-235 aanwezig is. De tussenstap die hiervoor nodig is, heet verrijking.
Het verrijkte uranium, waarin veelal nog meer dan 95 procent uranium-238 zit, komt in dichtgelaste staven in de reactor. Dit zijn de zogenoemde splijtstofstaven. De atoomkern van uranium-235 kan gemakkelijk worden gespleten. Het atoom valt uit elkaar in brokstukken (splijtingsproducten) en zendt daarbij deeltjes uit. Deze deeltjes, in dit geval neutronen, kunnen bij een ander atoom uranium-235 een nieuwe kernsplijting veroorzaken. Daarbij ontstaan opnieuw warmte en enkele neutronen, die elk weer een nieuw atoom kunnen raken. Zo ontstaat een kettingreactie. Alle splijtingen samen zorgen ervoor dat een kerncentrale kan draaien.
Radioactieve straling
Door de kernreacties in een kerncentrale ontstaan verschillende radioactieve stoffen. Samen leveren ze een aanzienlijke hoeveelheid straling op. Op een zeer klein gedeelte na bereikt deze straling de buitenwereld niet. Via de ventilatieschacht van de centrale en het koelwater worden minieme hoeveelheden radioactieve stoffen geloosd. Deze lozingen staan in Nederland onder strenge controle.
Nucleaire installaties in Nederland
In Nederland zijn in 2003 zes nucleaire installaties. - De kerncentrale Borssele (Zeeland). Deze elektriciteitscentrale is eigendom van de Elektriciteits-Productiemaatschappij Zuid-Nederland. De reactor werd in 1973 in gebruik genomen. De kerncentrale is in grootte vergelijkbaar met een doorsnee kolen- of gascentrale. Op maximaal vermogen levert deze elektriciteitscentrale ongeveer 450 MW energie (megawatt = miljoen watt). In 1994 besloot het kabinet om Borssele te sluiten en wel uiterlijk in het jaar 2004. In 2002 bepaalde de rechter echter dat de centrale open kon blijven. Het kabinet-Balkenende II vindt het in 2003 niet verstandig om de kerncentrale Borssele in 2004 te sluiten, mede gelet op de Kyoto-doelstellingen voor vermindering van de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide.
- De kerncentrale in Dodewaard. Deze is weliswaar in 2003 al dicht, maar nog niet ontmanteld. De kernreactor werd in 1968 in gebruik genomen. In 1997 werd de reactor gesloten, omdat hij niet langer rendabel was en de vooruitzichten op de bouw van een nieuwe centrale in Nederland ongunstig waren. Bij sluiting van de centrale is gekozen om na een wachtperiode van 40 jaar over te gaan tot gehele ontmanteling van de centrale met een terugkeer naar een 'groene weide' situatie. De nog aanwezige splijtstoffen worden afgevoerd. Deze transporten zullen naar verwachting in 2003 zijn voltooid. Daarna wordt de centrale veilig ingesloten. Eigenaar is de Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland. De gebruikelijke naam voor deze centrale is kerncentrale Doodewaard (met twee o's).
- Almelo (Overijssel), opwerkingsfabriek van uranium. Eigenaar is het Engels/Duits/Nederlandse consortium Urenco. Hier wordt uit natuurlijk uranium door middel van ultracentrifuge zogeheten 'verrijkt' uranium geproduceerd. Dit is geen kerncentrale in strikte zin.
- Het onderzoekscentrum in Petten (Noord-Holland). Deze centrale is bedoeld voor onderzoek, levert dus geen elektriciteit. Op het terrein van het onderzoekscentrum staan twee reactoren: de hogefluxreactor en de lagefluxreactor. De laatste is eigendom van NRG, een ECN-KEMA bedrijf waarbij ECN staat voor Energieonderzoek Centrum Nederland. De hogefluxreactor is eigendom van de Europese Commissie. Beide reactors zijn sinds 1960 in gebruik. De capaciteit van de hogefluxreactor is 60 MW, die van de lagefluxreactor is 30 kW. Afgezien van onderzoeksactiviteiten produceert de hogefluxreactor ook radioactieve substanties die aan ziekenhuizen worden geleverd voor diagnostiek en voor de bestrijding van kanker (radiofarmacie).In 2002 werd de hogefluxreactor enige weken stilgelegd na ontdekking van een scheurindicatie en problemen rond de veiligheidscultuur binnen het bedrijf. Na uitgebreid onderzoek en nadat een reeks van aanvullende maatregelen was aangekondigd, werd de reactor weer in bedrijf genomen.
- Onderzoeksreactor in Delft (Zuid-Holland). Bedoeld voor onderzoek, levert ook geen elektriciteit. Ook wel bekend als de HOR, de hoger onderwijs reactor, omdat ze eigendom is van de Delftse technische universiteit. De reactor werd in 1963 in gebruik genomen en heeft een vermogen van 2 MW.
- Centrale opslag voor radioactief afval (Covra), gevestigd in de gemeente Borssele in Zeeland.
Nucleaire installaties in België
- kerncentrale in Doel (België) (4 reactoren)
- kerncentrale in Tihange (gemeente Hoei) (3 reactoren)
(Waren er voorheen plannen om een achtste reactor te bouwen, dan werden deze in de tachtiger jaren afgevoerd. Electrabel en SPE namen samen een belang van 25% in de centrale van Chooz, gelegen net over de Franse grens) Bron
- De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van het Ministerie van VROM.