De Russische schilder Kasimir Malewitsj kreeg grote bekendheid, in West-Europa, als docent en als theoreticus van het Constructivisme en het Suprematisme, als moderne kunstrichtingen. Hij werd geboren op 23 februari 1878, in Kiev en hij stierf in Leningrad op 15 mei 1935. Hij studeerde eerst te Kiev zelf, in 1875, en daarop te Moskou, van 1900 tot 1905, aan de Hogeschool voor Schilderkunst, Plastiek en Architectuur.
Oorspronkelijk vertoonde zijn werk impressionistische en symbolistische kenmerken, maar na 1910 koos hij voor een geometrische vormontleding, die hij combineerde met een lyrisch kleurenbeeld en die zal leiden tot de bekende futuristische figuratie van de kunstenaar. Zijn kegel- en cilindervormige figuren vinden we terug bij de Franse Fernand Léger, die om dezelfde tijd werkte. Dit Suprematisme definieerde hij als "de absolute macht van de beeldende expressie".
Met zijn theoretiserende opvattingen kwam hij terecht in de architectuur en de industriële vormgeving en aldus belandde hij tenslotte, in 1927, te Berlijn bij het Bauhaus, om zijn verhandelingen te publiceren op de "Berliner Grosze Kunstausstellung".
Na de fameuze ommezwaai in de officiële Sowjet-kunstpolitiek, na 1928, werd het werk van Malewitsj als "decadent" geklasseerd.