Kyokushin Karate (full contact)
Mas Oyama’s karate heeft dezelfde oorsprong zoals die hierboven beschreven staat. Alleen ontwikkelde hij op creatieve wijze het Kyokushin Systeem op basis van een enorme rijkdom aan kennis en ervaringen die hij ontleende aan verschillende vormen van oosterse vechtkunsten.
Op de jonge leeftijd van 9 jaar werd hij binnengeleid in de wereld van de vechtkunst door een man die enkel bekend staat als Mr. Yi. Van hem leerde hij op een boerderij in Mantsjoerije een Zuid-Chinese vorm van Kenpo, genaamd de "Achttien handen".
Sosai Oyama was een leerling van Meester Gichin Funakoshi’s karateschool (Shotokan) en later leerde hij het karate Goju stijl beheersen van Meester Nei Chu So. Hij had ook een vierde dan zwarte gordel in judo en hij beoefende Chinese en Koreaanse Kenpo, verder trainde hij met Gogen Yamaguchi in Nippon Goju-Kai en was hij lid van de befaamde Butoku-Kai zelfverdediging- en vechtkunstorganisatie.
Oyama was ook zeer onderlegd in Daito-Ryu-Aiki-Jutsu. Zijn directe leermeester was Kotaro Yoshida. Deze heeft een grote invloed gehad. Heel wat bewegingen van Oyama’s zelfverdediging en tal van technieken zijn afgeleid van deze vechtkunst.
In zijn boek This is Karate wijdt Oyama een belangrijk stuk aan Kotaro Yoshida. Hij beschrijft hem als: niet geëvenaard in Aikido, zwaardvechten, judo en messengooien. In zijn jonge jaren verloor Yoshida geen enkele wedstrijd in omgekeerde handtechnieken, zwaardvechten of judo. Hij zei altijd dat de vechtkunst diende tot de lichamelijke en geestelijke training van de mens en tot discipline leidde. Nooit zag ik technieken die zo wonderlijk waren als die van mijn leermeester. De beheersing van zijn vechtkunst was pure perfectie. Ik vermeld graag zijn gave om met een paar eetstokjes een vlieg in volle vlucht te vangen. Dit is een handeling die alleen uitgevoerd kan worden door iemand wiens bewegingen, techniek en ademhaling tot het uiterste geperfectioneerd werden. Tot hij bijna vijftig was demonstreerde Yoshida deze moeilijke techniek met buitengewone vaardigheid.
Omdat Sosai Oyama’s zelfverdedigingtechnieken zeer sterk gebaseerd zijn op daito-ryu aiki-jutsu maakt het volgende relaas duidelijk welke de hoofdrolspelers zijn in de evolutie van zijn Kyokushin Karate systeem.
Van 1943 tot 1945 diende Sosai Oyama in het keizerlijke leger van Japan. Omdat hij een yondan was in zowel Kodokan Judo als Shotokan Karate werd hij ingedeeld bij de Dai-Nippon-Butoku-Kai in de Kiho-kai sectie om de militairen in Manchukuo (Mantsjoerije, in het noordwesten van China) te trainen in de Daito-Kan.
De Daito-Kan onderwees daito-ryu-aiki-jutsu. De divisie waarin Sosai diende bestond uit Koreanen die getraind werden in spionage, man-tot-mangevechten en guerrillatactieken voor gebruik in oorlogssituaties. De Kiho-Kai specialiseerde zich in het aanleren van technieken voor elk van deze gebieden.
Op dit punt in de tijd raakt de geschiedenis van daito-ryu-aiki-jutsu aan de ontwikkeling van Kyokushin Karate. Het was een jonge Matsutatsu Oyama die toegewezen werd aan Tokimune Takeda, de Soke en hoofdinstructeur van het Daito-Kan.
De opleiding in het Daito-Kan was hard en vormt mogelijk een verklaring voor de traditie van harde training die men terugvindt in Kyokushin Karate. Veel meer dan de Shotokan school, de Goju school of Judo’s Kodokan die eveneens hun invloed hadden op de ontwikkeling van Sosai Oyama’s vechtkunst, weerspiegelt de Kyokushin stijl deze harde traditie.
Een theorie over de vraag waarom het Japanse keizerlijke leger juist Koreanen rekruteerde stelt dat veel Koreanen die toentertijd in Japan woonden afkomstig waren van Manchukuo of er een tijd gewoond hadden. Ze kenden de taal, de gewoonten en de cultuur van het gebied en konden op die manier makkelijk infiltreren in de verschillende leefgemeenschappen. Yong I Chong (Matsutatsu Oyama), geboren in Gunsan in Korea, werd als kind naar Manchukuo gestuurd om er bij zijn zuster te gaan wonen. Hij keerde pas terug naar Korea toen hij twaalf jaar was. Korea, dat aangehecht werd in 1910, was niet meer dan een marionetstaat onder de soevereiniteit van Japan.
Mas Oyama’s directe leermeester was Kotaro Yoshida, een leerling van Sokaku Takeda en zelf een volleerd beoefenaar van de vechtkunst. In het Daito-Kan eimeiroku (studentenregister) verleende Takeda aan Yoshida de kyoju dairi-status om daito-ryu te onderwijzen.
Yoshida zou zelfs de boekhouding en briefwisseling verzorgd hebben van Takeda, die er naar verluidt trots op was analfabeet te zijn.
Kotaro Yoshida steunde Morihei Ueshiba in zijn aanvankelijke studie van daito-ryu aiki-jutsu dat die laatste later ontwikkelde tot het moderne aikido. Ueshiba stamde niet uit een samoeraigeslacht en had daarom deze steun nodig om tot de Daito-Kan toe te treden. Yoshida werd ook een van de belangrijkste leermeesters van Tokimune Takeda, de voormalige Soke van Daito-Kan.
Kotaro Yoshida was wel een samoerai. Zijn vader stond aan de verliezende kant van de Satsuma-rebellie van het einde van de negentiende eeuw. Van zijn vader leerde hij yanagi-aiki-jutsu, de vechtkunst van de Yoshida-familie, evenals de vaardigheid van tessen-jutsu, de techniek van de ijzeren waaier en shaken-jutsu, de techniek van een soort shuriken of messengooien en verder het traditionele iaido, de wijze van het zwaardtrekken en kendo de wijze van het zwaard.
Sensei Yoshida was de zeventig al voorbij toen Sosai Oyama zijn leerling werd. In die tijd stond Yoshida bekend om zijn vaardigheden, hij beoefende de vechtkunst met een formidabele moedigheid en hij was een excentrieke asceet. Hij werd ook gezien als een ultranationalist met een conservatieve opvatting over de Japanse politiek en cultuur. Veel meer is er over Yoshida niet geweten want hij maakte deel uit van een geheime vereniging, de Kokuryukai of de Amur River Society. Buiten Japan was deze vereniging meer bekend onder de naam Black dragon Society of Genyosha.
Yoshida trad herhaalde malen op als aanwerver en leraar van de vooroorlogse Dai-Nippon Butokukai, de militaire academie van Toyama, de academie van de marine en de luchtmacht. Toen duidelijk werd dat Japan de oorlog zou verliezen verzocht Yoshida, zoals trouwens de meeste Kokuryukaileden, om alle documenten en notities over hem te vernietigen om vervolging door de geallieerde bezettingstroepen te vermijden.
Het is een feit dat Matsutatsu Oyama en Kotaro Yoshida elkaar kenden tijdens de periode van 1943 tot 1945 en men neemt aan dat zij ook nog na de oorlog met elkaar omgingen.
Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde Yoshida naar Tokyo waar hij een daito-ryu opende in Toshima-ku, niet ver van waar de IKO Honbu zich nu bevindt. Men vermoedt dat Sosai Oyama daar na de oorlog voor een bepaalde tijd oefende omdat zijn naam teruggevonden werd in het leerlingenregister van Sensei Yoshida voor die periode.
De omgang tussen Sosai Oyama en sensei Yoshida kan ook verlopen zijn via Gogen Yamaguchi en Nei Chu So van de Goju karateschool.
In die tijd diende Gogen Yamaguchi in Manchukuo bij de inlichtingendienst van het Japanse keizerlijke leger. Nei Chu So aan de andere kant was een Koreaan die in Japan woonde. Hij was een priester van de boedhistische Nichirensekte en stond bekend als een echte heer en een superieure beoefenaar van karate. So zou later terugkeren naar Korea waar hij een actieve rol zou spelen in de heropbouw van zijn land na de burgerlijke onrust aan het begin van de jaren '50.
Deze drie mannen, Oyama, Yamaguchi en So kenden elkaar via dezelfde dojo in Tokyo tot het begin van de jaren '50. En toch zal niemand ooit de ware toedracht kennen van de relaties tussen deze hoofdrolspelers, Kotaro Yoshida (overleden in 1967), Gogen Yamaguchi (overl. 1989) en Masutatsu Oyama (overl. 1994). En hoewel Nei Chu So begin jaren vijftig terugkeerde naar Korea is zijn huidige verblijfplaats onbekend. Indien nog in leven zou hij 92 jaar zijn en waarschijnlijk verblijven in een boeddhistisch Nichirenklooster ergens in Zuid-Korea. Tot hiertoe werden er geen pogingen ondernomen om So op te sporen.
Een vergelijking van de boeken van Sosai Oyama met de handschriften van versheidene aiki-jutsuvormen toont aan dat aiki-jutsu een betekenisvolle invloed heeft gehad op de ontwikkeling van Kyokushin Karate. Maar de toepassing van de technieken is geëvolueerd en de bewegingen zijn verfijnd onder invloed van Sosai Oyama.
En zo omvat Kyokushin Karate de beste technieken van alle vechtkunsten die Sosai bestudeerde en kon deze vechtkunst zich ontwikkelen door sterke, waardige en bewezen methodologieën.
Shotokan karate
Shotokan karate (moderne karate) omvat lage standen en harde technieken. Verder wordt er veel geoefend op weringen en kihon (basisoefeningen) en kata.
Wado Ryu karate
Wado Ryu karate ("wado") kenmerkt zich door de directheid van de bewegingen, met name het ontwijken van de tegenstander zelf, "het er niet zijn" is een duidelijk kenmerk van wado. Ook tijdens kata's (pinans genoemd waar die van shotokan heians heten) zijn alle overbodige bewegingen achterwege gelaten die enkel voor show zijn, maar geen directe toevoeging geven op de beweging zelf. Een ander kenmerk van de wado-ryustijl is dat veel weringen en aanvalstechnieken hoog (jodan) worden gegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld shotokan. De wado stijl kent negen (officiële) kata's.
Kobujutsu
Naast karate staat ook het Kobujutsu dat nauw samenloopt aangezien dit zelfde standen omvat en ook van het eiland Okinawa komt.
Andere stijlen
Verder zijn er nog andere stijlen van Karate zoals: Kyokushinkai, Goju Ryu, Kyusho e.a.
Externe link