Het kapitalisme is een economisch systeem dat volgens Karl Marx gekenmerkt wordt het bezit van de productiemiddelen (machines, grond, gebouwen, grondstoffen enz...) door een klasse, de kapitalisten. Een andere klasse de arbeiders (niet enkel handarbeiders maar iedereen die in loondienst werkt) moet zijn arbeidskracht verkopen aan die kapitalisten. De politieke filosofie van het libertarisme ziet het kapitalisme als haar ideaal en definieert het kapitalisme als een vorm van vrijheid: de vrije markt, ofwel het kapitalisme, zou een systeem zijn waarin alle relaties tussen mensen (zoals tussen werkgever en werknemer) vrijwillig zijn, en dus een vorm van vrijheid zijn. Het kapitalistisch systeem is op het eind van de 18e eeuw ontstaan in Engeland toen de stoommachine was uitgevonden en de eerste gemechaniseerde fabrieken het daglicht zagen. Het kapitalisme verspreidde zich na 1800 snel naar België, Frankrijk en Duitsland. Vandaag is het kapitalisme bijna algemeen verspreid over heel de wereld. Pogingen om in de Sovjet-Unie (vanaf 1917) en in de Volksrepubliek China (vanaf 1949) een socialistische economie op te bouwen kunnen als mislukt beschouwd worden. Het kapitalisme werd er weliswaar door een revolutie geliquideerd maar het kwam langs de achterdeur weer binnen.
Velen denken dat het kapitalisme aanvankelijk bittere armoede genereerde bij de Europese arbeiders (weinig geschoold of ongeschoold) tot diep in de twintigste eeuw. Sommige economen stellen echter dat dit een mythe is, en dat in werkelijkheid het kapitalisme en de industriële revolutie reeds vanaf het begin voor grotere welvaart zorgden voor arm en rijk. Een boek dat deze theorie bepleit is bijvoorbeeld: Capitalism and the Historians (samengesteld door Friedrich von Hayek - nobelprijswinnaar in de economie, 1974).
De arbeiders konden zich verenigen in vakbonden die stap voor stap betere lonen en betere arbeidsomstandigheden konden bekomen zoals de acht-uren dag. Dat was mogelijk omdat het kapitalistisme zoals geen ander systeem de productiekrachten kan ontwikkelen. De verhouding tussen winsten en lonen is waarschijnlijk onveranderd gebleven. In het Westen zijn arbeiders vandaag hooggeschoold en hebben ze ook door de strijd die vroeger is gevoerd een hogere levensstandaard dan ooit.