Kant is een vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen draden. Traditionele kant wordt gemaakt vanaf kantklospatronen, die oorspronkelijk van perkament gemaakt waren. In het patroon zijn gaten aangebracht waarin spelden geprikt kunnen worden.
Kant wordt tegenwoordig nog toegepast in kleedjes. Vroeger werd kant veel in kleding toegepast, bijvoorbeeld in kragen, langs jurken, in doopjurken etc.
Kant wordt gemaakt met behulp van kantklosjes. Deze klosjes worden altijd in paren gebruikt, die over het gehele werk bij elkaar blijven behoren. Op deze klosjes worden linnen draden gewikkeld. Een ervaren kantkloster kan werken met honderden klosjes tegelijk, die zeer snel om elkaar heen geslagen worden. Na het maken van een aantal slagen wordt een speld in het patroon gestoken, wat het vlechtwerk op zijn plaats houdt. Als een klosje leeg raakt, wordt er opnieuw draad omheen gewonden, dat aan het uiteinde van de oude draad wordt vastgeknoopt. Het knoopje wordt met een fijne schaar zo kort mogelijk afgeknipt.
Het patroon wordt bevestigd op een groot plat kussen. Ook wordt het patroon wel op een cilindervormig kussen bevestigd. Dit laatste gebeurd vooral als er lange stroken kant gemaakt moeten worden.
Het klossen van kant is een zeer bewerkelijke techniek, die al eeuwen bestaat. Kant is zeer kostbaar, en was daarom in het verleden alleen bereikbaar voor de zeer rijken. De kostbaarste kant is van de dunste draden gemaakt. Om kant in kragen te verwerken moet het worden verstevigd met stijfsel.
De techniek van het kantklossen is tegenwoordig vrijwel uitgestorven. Het is wel mogelijk om kantklossen te leren uit boeken of met een cursus, maar de snelheid die de oudere kantklosters bereikten is zonder jarenlange oefening niet bereikbaar.
De werkomstandigheden van de kantklosters waren in het verleden bedroevend. Zij werkten veelal in vochtige kelders. De reden hiervan was dat fijne linnen draden, als zij te droog worden, erg snel breken.
Kant wordt tegenwoordig ook toegepast als moderne kunstvorm. Daarbij worden over het algemeen veel dikkere draden gebruikt.
Bekende kantsoorten zijn de Brugse kant (uit Brugge) en Parijse kant.
Klostechnieken zijn bijvoorbeeld de linnenbinding (die lijkt op weefwerk en zeer dicht is) en diverse traliesoorten.