Justinianus II keizer van Byzantium 685-695 en 705-711
Justinianus was nog maar 16 jaar oud toen zijn vader Constantijn IV stierf. Hij was een impulsieve en op roem beluste vorst die vaak door zijn ambities tot onverstandige bislissingen kwam. Hij was een bijzonder vroom man. In 691 riep hij een Concilie bijeen (het Quinisextum of het Concilie in Trullo, naar het paleis in Constantinopel waar het gehouden werd) waar vooral geprobeerd werd de Christelijke moraal te verstevigen. Een aantal volksgebruiken uit de heidense tijd werden verboden, zoals de Brumalia waar mannen en vrouwen gemaskerd in de straten dansten en de oogstfeesten waar nog liederen aan Bacchus in voorkwamen. Deze spelbrekerij was echter niet bijster succesvol. Door het optreden van zijn vader was de toestand in het Oosten vrij gunstig. De nieuwe Kalief Abdelmalik die vrijwel tegelijk met Justinianus aan de macht kwam, probeerde zijn wankele troon te verstevigen door een vrede te sluiten met Byzantium. Voor Justinianus was dit bijzonder voordelig. Cyprus, Armenië en Iberië kwamen onder gezamenlijk bestuur, zodat de belastingopbrengst gedeeld werd. Voor Cyprus zou deze uitzondelijke status een aantal eeuwen standhouden. Verder werd de schatting die door de Kalief aan Byzantium betaald werd aanmerkelijk vergroot.
Dichter bij huis was het wat moeilijker. Justinianus moest zwaar slag leveren tegen de Slaven om van Constantinopel naar Thessalonika door te kunnnen dringen 689. Dit was een belangrijke overwinning, omdat de Slaven nu verplicht konden worden in Anatolië te gaan wonen en om soldaten te leveren. Er werden ook mensen de ander kant op gedeporteerd. De Mardaïten in het Oosten die langzamerhand moslems aan het worden waren, werden op de Peloponesos neergeplant. Toen deze politiek ook op een groep Cyprioten werd toegepast waren er weer gevechten met de Kalief (691).
Ook met de Paus waren er wat problemen. Deze wilde de geldigheid van Quinisextum niet aanvaarden en Justinianus zond een afgezant om hem in de kraag te vatten. Hij had daarbij zijn eigen macht overschat want uiteindelijk moest zijn afgezant aan de Paus om bescherming vragen tegen alle tegenstand die zijn optreden in Italë opriep.
Ook in het binnenland zat het niet mee. Justinianus hervormde de belastingwetgeving met de Boerenwet, die later bekend zou zijn als het allelenguon ( αλληλεγγυον) waarbij de grondbezitter direct voor de belasting verantwoordelijk gesteld werd. Dit was deel van een agressieve politiek tegen de aristokratie die hij ten behoeve van de kleinere landeigenaren voerde. De aristokraten schoven uiteindelijk Justinianus aan de kant 695 en hielpen met steun van de Blauwen Leontius op de troon en. (Later vervingen de Groenen hem met Tiberius II.).
Nadat zijn neus afgesneden was, werd Justinianus in ballingschap gestuurd naar het verre Cherson op de Krim. Toen de plaatselijke authoriteiten hem weer uit wilden leveren aan de hoofdstad, nam hij de benen en was eerst te gast bij de Khazaren en vervolgens de Bulgaren. Met hun hulp belegerde hij Constantinopel, kroop door de pijp van een aquaduct en wist eenmaal in de hoofdstad genoeg steun te krijgen om weer op de troon terug te keren 705. Hij ontpopte zich als een wrede tyran die zich meedogenloos op al zijn vijanden zou wreken. Er volgden massaexecuties en een schrikbewind.
Degenen die het meest garen sponnen waren de Bulgaren die met rijke buit en keizerlijke titels naar huis gingen en de Arabieren. In 709 namen zij Tyana in, een belangrijk fort op de grens met Capadocië. Onderwijl hield Justinianus strafexpedities, eerst tegen Ravenna, daarna tegen Cherson. Daar liep het echter mis: de bevolking kwam in opstand en de Byzantijnse troepen volgden hun voorbeeld. Al gauw kregen zij de steun van de Khazaren. Er werd een Armeniër (Bardanes) tot keizer uitgeroepen: Philippicus. Hij verscheen voor de muren van de stad en werd binnengelaten 711. Justinianus' hoofd werd spoedig in Ravenna en Rome tentoongesteld. Hiermee kwam een eind aan de dynastie van Heraclius.