Flavius Claudius Julianus, beter bekend als Julianus Apostata (de Afvallige), werd geboren in 331, waarschijnlijk op 6 november. In 355 kreeg hij de titel van caesar en werd hij Romeins opperbevelhebber in Gallië en heel het Westen. Hij trachtte onder andere de Franken die het Rijn- en Schelde-gebied onder bedwang hadden te pacificeren. Hoewel hij geprezen werd als de overwinnaar, werd aan de Franken toch een groot deel van wat nu Vlaanderen en Nederland beneden de rivieren is afgestaan. Zij werden daarmee de eerste Germaanse bondgenoten (Foederati) die op het Romeinse grondgebied een stuk land kregen toegestaan. Julianus werd zijn Christelijke opvoeding ontrouw en brak met het Christendom.
In 361 werd hij keizer. Hij kondigde toen weliswaar een algemene geloofsvrijheid af, maar de christenen legde hij beperkingen op. Julianus stierf aan de verwondigen die hij opliep in de strijd tegen de Perzen. Dat was in 363. Hij was toen 32 jaar oud.