Filosofie
Locke was een rationalist maar vond dat de rede alleen te beperkt was om als fundament voor kennis te dienen. Daartoe was ook de ervaring en reflectie daarop nodig, ervaringskennis zoals die kwam van lieden als Robert Boyle, Thomas Sydenham, Christiaan Huygens en Isaac Newton. In zijn tijd werd er nogal geloof gehecht aan het bestaan van aangeboren kennis ("innate knowledge") en deze opvatting werd door Locke verworpen.
Locke claimt dat de bron van alle kennis in de ervaring en de daarop volgende reflectie ligt omdat deze twee de geest voorzien van het basismateriaal voor de kennis, de zogenaamde ideeën (ideas). Ideeën zijn niet zelf de daadwerkelijke fysieke objecten of dingen, maar de representeren ze als het ware in de geest. Sommige ideeën vertegenwoordigen in de geest iets dat direct overeenkomt met dat wat ze vertegenwoordigen, dat zijn dan de ideeën over de primaire kwaliteiten van objecten (grootte, uitgebreidheid, rust, aantal), andere ideeën hebben geen overeenkomsten met datgeen waardoor ze veroorzaakt worden, dat zijn de ideeën over de secundaire kwaliteiten (smaak, kleur, temperatuur), deze zouden alleen maar in het bewustzijn bestaan. Deze primaire en secundaire eigenschappen van objecten vormen samen de enkelvoudige ideeën. Daarnaast onderscheidt Locke de samengestelde ideeën: deze worden gevormd doordat het verstand de enkelvoudige ideeën gaat combineren. Je kunt het enigszins vergelijken met letters en woorden: de letters(enkelvoudige ideeën) kun je in allerlei combinaties vormen tot woorden(samengestelde ideeën).
Belangrijkste werk: