Johannesburg (eGoli in isiZulu, eRhawutini in isiXhosa) is de grootste stad van Zuid-Afrika in de provincie Gauteng. Hoewel het niet de hoofdstad van het land is, is Johannesburg wel het hart van de Zuid-Afrikaanse economie, waarvan de goudindustrie overigens lang niet meer de enige steunpilaar is.
Alle drie de namen eGoli, eRhawutini en Gauteng (uit seSotho) verwijzen naar de reden waarom deze stad zo groot geworden is: het goud van de Witwatersrand. In en om de stad zijn dan ook grote heuvels afval uit de kilometersdiepe goudmijnen te zien. Zij bestaan uit een geel zand, waarop maar moeizaam iets groeien wil (met name pampagras) dat regelmatig weer opnieuw aan een bewerkingsronde onderworpen wordt als er een verbeterde uitlogingsmethode gevonden is.
In de tijd van de apartheid werden de rassen strikt gescheiden gehouden en bestonden er stadsdelen waar alleen blanken of alleen zwarten mochten wonen. De grootste en bekendste zwarte buitenstad is Soweto.