De geschiedenis van de Joden in Nederland begint met twee grote groepen immigranten.
immigranten
De Sefardische joden was de eerste groep. Vanwege de jodenvervolging door de Inquisitie kwamen deze vanuit Spanje en Portugal. Tot op heden zijn ze te herkennen aan achternamen zoals Pereira, Cardozo of Nunes.
Later kwamen Askenazische joden vanuit oostelijk liggende landen als Duitsland, Polen en Rusland, verjaagd door de daar heersende vervolging. Aan hun achternamen is deze afstamming te zien, bijvoorbeeld Polak, Hamburger, Moszkowicz en van Praag.
Beide groepen leefden jarenlang geïsoleerd van elkaar, en hadden in Amsterdam elk een eigen synagoge.
discriminatie
De joden in Nederland mochten in het vrijwel protestantse Nederland oorspronkelijk vrijwel geen beroepen uitoefenen. Een enkeling zocht z'n heil in het kredietwezen of de internationale handel; de meesten daarentegen probeerden als venter of marskramer wat te verdienen. Twee eeuwen geleden werd die ongelijkheid rechtgezet.
Niet lang nadat de Franse legers begin 1795 over de bevroren rivieren de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden binnentrokken, de macht overnamen van de regentenaristocratie en daarmee de basis legden voor de Bataafse Republiek en de eenheidsstaat zoals die er nu uitziet, richtte een kleine groep Joden onder leiding van Mozes Asser in Amsterdam een patriottenclub op. Onder de naam Felix Libertate (Gelukkig door Vrijheid) hielden zij in een lokaal aan de Nes hun eerste openbare vergadering met de bedoeling zich actief in te zetten voor gelijke berechting van alle Joodse burgers in Nederland. De tijd leek rijp voor dit streven, omdat het nieuwe bewind met gevestigde tradities leek te willen breken.
Om zich van aandacht verzekerd te weten, richtten de Libertate-leden zich onophoudelijk met rekesten tot de leden van de Nationale Vergadering. Die pogingen vonden op 2 september 1796 weerklank. Per die datum werd een besluit afgekondigd dat 'geen jood zal worden uitgeslooten van eenige rechten of voordeelen die aan het Bataafsch Burgerregt verknocht zyn'. Dat de vergadering met het gekoesterde gelijkheidsideaal instemde was niet zo verwonderlijk tegen de achtergrond van het tijdens de Franse Revolutie gehanteerde adagium van 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap'.
Met het aannemen van het decreet werd weliswaar een belangrijke stap gezet in het emancipatieproces van de Nederlandse joden, maar voltooid was dat allerminst. Na 1796 drongen zij slechts langzaam door tot andere beroepen. De burgerlijke gelijkstelling was vooral van toepassing op mannen die het maatschappelijk al hadden gemaakt. Voor vrouwen, kleine zelfstandigen, en zeker voor de grote massa van het zogenoemde lompenproletariaat ging het inburgeringsdecreet.
Vooral in Amsterdam, de enige Westeuropese stad die voor de Franse Revolutie op geen enkele wijze de immigratie van joden had beperkt, was die rechtsongelijkheid sterk merkbaar. Zeker zestig procent leefde geheel of gedeeltelijk van de bedeling. De joden die op de rand van het bestaansminimum balanceerden, verging het niet veel beter. Het tij keerde, toen zij zich rond 1850 op de golven van de economische vooruitgang, als een joodse middenklasse konden profileren.
emancipatie
Met de opkomst rond de eeuwwisseling van het socialisme en de vakbeweging begon er ineens iets ten goede van de grote massa kansarmen te veranderen. Die ontwikkeling was mede te danken aan de inspanningen van de joodse oudpoliticus en mede-oprichter van de socialistische SDAP, Henri Polak. Als voorzitter van de Algemene Diamantwerkersbond stond hij aan de wieg van een vereniging, die na de oorlog model zou staan voor de moderne vakbeweging.
De rechtstreekse bemoeienis van de arbeidersbeweging bracht het emancipatieproces van de grote groep arme joden in een stroomversnelling. De invoering in 1919 van de algemene kiesrecht voor mannen en vrouwen was de voltooing van dat lange proces.
holocaust
In de Tweede Wereldoorlog vond de Holocaust plaats. Nadat de Duitse bezetters ook in Nederland allerlei beperkende en discriminerende maatregelen tegen joden hadden ingevoerd, kwamen vanaf 1942 de razzia's op gang. Veel Nederlanders namen joodse onderduikers in huis op, maar er waren ook die de Duitsers hielpen bij de opsporing, meest leden van de Duitsgezinde Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Van de 160.000 joden die Nederland in mei 1940 telde, zijn er bijna 120.000 weggevoerd. Slechts een paar duizend overleefden de oorlog. Alle anderen, onder wie Anne Frank en Etty Hillesum, werden geëxecuteerd, in concentratiekampen vergast, doodgemarteld of op andere wijze om het leven gebracht. In totaal zijn in Europa door de nazi's naar schatting zes miljoen joden omgebracht, een genocide die zijn weerga niet kent.
Niet alle Nederlanders hebben dit zonder verzet laten gebeuren en degenen die joden bij zich thuis lieten onderduiken liepen daarbij grote risico's voor hun eigen bestaan. Ook onder hen zijn slachtoffers gevallen. 4513 personen hebben voor hun dappere daad inmiddels een onderscheiding gekregen van Yad Vashem.
langzaam herstel
De weinigen die na de oorlog uit de kampen konden terugkeerden waren getraumatiseerd, berooid en/of van al hun bezittingen beroofd. Hun woningen van voor de oorlog bijvoorbeeld waren inmiddels door anderen bewoond en zij mosten zich een plek hervinden, vaak zonder hulp van familie die omgebracht was. Bij jonge mensen was vaak hun studietijd volledig verstoord. Vele overlevenden trokken naar Israël, anderen probeerden hier hun leven weer voort te zetten. Het heeft lang geduurd voordat het Nederlandse jodendom zich van deze trauma's heeft kunnen herstellen. Niet alleen de overlevenden van de Holocaust zelf, maar ook hun kinderen (de tweede generatie oorlogsslachtoffers), leefden met voortdurende gedachten aan de confrontatie met de dood onder de vreselijkste omstandigheden.
De laatste jaren herstelt het jodendom zich verder en richt men zich steeds meer op de positieve aspecten van het joods zijn, al blijft het voor de huidige Nederlandse joden vaak beladen om met buitenstaanders over de eigen afstamming te spreken.
Ook uitingen van antisemitisme (haat tegen joden) in de tegenwoordige tijd krijgen een extra, maar niet onterechte lading door de individuele en collectieve herinneringen aan de shoa (holocaust).
Zie ook: antisemitisme - Jood - Jodendom - Joodse Raad
Externe link
http://www.joods.nl