Joachim von Ribbentrop (30 april 1893 - 16 oktober 1946) Duits was een nationaal-socialistisch diplomaat en politicus. Van 1938-1945 was Von Ribbentrop minister van Buitenlandse zaken onder Adolf Hitler. In 1939 sloot hij met de Russische dictator Josef Stalin een non-agressiepact.
Von Ribbentrop werd geboren in Wesel als zoon van een legerofficier. Na zijn middelbare schooltijd ging hij naar Canada waar hij een baan als vertegenwoordiger had. Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog kwam hij naar Duitsland terug om dienst te doen in het Duitse leger. Na de oorlog werkte hij een paar jaar in de wijnhandel.
In 1932 meldde von Ribbentrop zich aan bij de NSDAP, de [[Nationaal-socialistische Arbeiderspartij| Nationaal-socialistische Arbeiderspartij]] van Hitler. Na Hitlers benoeming tot kanselier werd hij een van zijn adviseurs voor buitenlandse zaken. In 1934 werd hij benoemd tot rijkscommissaris voor ontwapening (Genève). Van 1935-1938 was hij ambassadeur, vanaf 1936 gestationeerd in Londen. Hij onderhandelde met succes over de herbewapening van de Duitse marine (1935). Met Japan sloot hij in 1936 het Duits-Japanse Anti-Kominternpact.
In 1938 werd von Ribbentrop benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken. In 1939 sloot hij voor Duitsland een non-agressiepact af (ook wel het Molotov-Ribbentroppact genoemd) met de Sovjetunie. Hierdoor gesteund kon Duitsland in 1939 Polen binnenvallen en de Tweede Wereldoorlog beginnen.
In 1940 onderhandelde hij met Japan en Italië over de Tripartite overeenkomst, waarbij de drie landen overeenkwamen elkaar te zullen steunen tegenover de Verenigde Staten van Amerika.
Tijdens de rest van zijn ambtstermijn speelde hij geen grote rol meer op het politieke toneel. In 1945 werd hij door admiraal Dönitz aan de kant geschoven. In 1946 werd hij met zestien andere Duitse nazikopstukken in Neurenberg berecht; Von Ribbentrop werd veroordeeld tot de strop en nog datzelfde jaar opgehangen.