Leven
Jeroen Bosch werd geboren als zoon van een Duitse kunstschilder, Anthonis van Aken. Ook zijn grootvader Jan van Aken, zijn broer Goossen en drie ooms van Bosch waren schilder. De echte achternaam van Jeroen Bosch was van Aeken. Hij ondertekende zijn werk echter met Bosch, omdat hij in 's-Hertogenbosch was geboren en er het grootste deel van zijn leven woonde. In het Spaans duidt men Jeroen Bosch aan met El Bosco. In 1463 woedde er een grote brand in Den Bosch, hetgeen de toen 13 jarige Jeroen wellicht heeft aanschouwd. Bij deze brand gingen 4000 huizen in vlammen op. In het werk van Jeroen Bosch staan vaak stadsbranden, bijvoorbeeld de apocalyptische vuurzee in Het laatste oordeel.
In 1480 blijkt uit de bronnen dat hij schilder was, hij werd toen Jeroen Die Maelre genoemd. In 1481 was Bosch inmiddels gehuwd met Aleit Vander Meervenne, een telg uit een rijk geslacht van kooplieden..
Bosch dateerde zijn schilderijen nooit, en signeerde er slechts enkele, met de naam Jheronimus Bosch. Momenteel (2003) worden er ongeveer 40 schilderijen aan Jeroen Bosch toegeschreven.
Bosch was tijdens zijn level al een populaire schilder en ontving zelfs toelagen uit het buitenland. In 1486 of 1487 trad hij toe tot de elitaire en devote Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, een conservatieve religieuze groep waarvan ongeveer 40 invloedrijke personen in Den Bosch lid waren. Via deze groep verwierf Bosch waarschijnlijk veel van zijn opdrachten. In 1488 werd hij benoemd tot gezworene (Zwanebroeder) van deze broederschap.
De altaartstukken die Jeroen Bosch schilderde voor de Sint Jan in Den Bosch zijn allemaal verloren gegaan, waarschijnlijk door de Beeldenstorm uit 1566 en de protestantse invasie van de stad in 1629.
De exacte sterfdatum van Jeroen Bosch is niet bekend, maar hij werd op 9 augustus 1516 begraven. Het is niet bekend waaraan hij stief, maar in de jaren 1516/17 woedde in Den Bosch de pest.
Philips II van Spanje kocht na de dood van Bosch veel zijn werk. Het Prado in Madrid heeft daardoor relatief veel werk van Bosch in bezit.
Werk
Veel van het werk van Jeroen Bosch beeldt de zonde uit, het falen van de menselijke moraal, of de kwaadaardigheid en de dwaasheid van de mensheid. De schilderijen bevatten zeer veel figuren uit de rijke verbeeldingswereld van Bosch, evenals heel veel symboliek, die tegenwoordig niet allemaal meer begrepen wordt.
Naast altaarstukken schilderde Bosch stukken die nooit voor een kerk bedoeld geweest kunnen zijn, maar die de zonde uitbeeldden, zoals het schilderij De zeven doodzonden met een zeer ongebruikelijke compositie.
Uniek voor zijn tijd is ook de manier waarin Bosch het landschap afbeeldt, als een groot decor voor alle kleine figuren.
De schilderijen van Bosch hebben een tamelijk ruw oppervlak, waarin de verfstreken zichtbaar zijn, dit in tegenstelling tot de gladdere schilderijen van zijn tijdgenoten en voorgangers.
Tegen het eind van zijn leven schilderde Bosch schilderijen met grotere figuren, die het schilderij lijken uit te stappen, en die dicht bij de toeschouwer staan. Een voorbeeld is De doornenkroon.
Tuin der lusten
Bosch schilderde diverse triptieken, dat zijn drie schilderijen op houten panelen die scharnierend aan elkaar bevestigd zijn. Het meest beroemde is wellicht de Tuin der Lusten, geschilderd in 1504-1505 en oorspronkelijk in bezit van Willem de Zwijger.