Onder de Vlaamse Primitieven is Jan van Eyck (ca. 1390-1441) ongetwijfeld de voornaamste meester, een vernieuwer op het gebied van de landschaps- en portretschildering. Er blijft onzekerheid omtrent zijn geboorteplaats. Maaseik wordt algemeen vooropgesteld voor het middeleeuwse Eyck, in het Maasland. Ook over het geboortejaar is men niet zeker. Omstreeks 1390 wordt algemeen aanvaard. Voor zijn oudere broer Hubert geldt evengoed dergelijke twijfel. Deze zou 20 jaar eerder geboren zijn.
De vroegste documenten vermelden Jan van Eyck als schilder en kamerheer ("varlet de chambre") bij de Hollandse Graaf Jan van Beieren te Den Haag, in 1422. In 1425 ging hij naar Rijsel, waar hij hofschilder en kamerheer werd van de Bourgondische hertog Filips de Goede. Voor de hertog begaf hij zich zelfs op het diplomatieke pad naar Spanje en Portugal.
Men weet van zijn vrouw alleen dat ze Margareta heette, dat ze ongeveer 16 jaar jonger was en hem minstens 2 kinderen schonk, waaronder dochter Livina.
Zijn meest beroemde werk is het retabel Het Lam Gods, dat bewaard wordt in de Vydt-kapel van de St.-Baafskathedraal te Gent. Het werk werd begonnen door zijn broer Hubert, op bestelling van Judocus Vydt. Jan werkte het af, waarna het werd ingehuldigd op 6 mei 1432. Andere al even schitterende creaties zijn: "Madonna met kanunnik Van der Paele", "Madonna met kanselier Rolin" en "Arnolfini en zijn vrouw".
Over zijn werk "Madonna met kanselier Rolin" (1436, Parijs, Louvre) vindt men hier een interessante bijdrage: http://www.agoract.cz/main.asp?lan=1&typ=155. Jan van Eyck was de eerste Vlaamse meester die zijn werken signeerde, wat toen niet gebruikelijk was. Soms signeerde hij ook met "Als ich can".
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd is Jan van Eyck niet de uitvinder van de olieverfschilderkunst.