Een inslagkrater is een ringvormig litteken dat in de bodem van een hemellichaam achterblijft na de inslag van een ander hemellichaam. Het inslaande lichaam is meestal een meteoriet, die ofwel van een komeet ofwel van een asteroïde afkomstig kan zijn. Het getroffen lichaam kan de aarde zijn, maar hier op onze planeet zijn inslagkraters naar verhouding zeldzaam. Op andere hemellichamen, zoals de maan of Mercurius, zijn dit soort kraters bijzonder talrijk en bedekken vrijwel het gehele oppervlak. De reden dat dit op de aarde niet zo is is dat er een aantal -geologische gezien snelle- mechanismen zijn die op aarde de krater weer doen verdwijnen. Voor een deel is dat eenvoudig erosie door water, wind en mogelijk ijs. Anderzins wordt door de platen-tektoniek het oppervlak van de aarde regelmatig 'ververst'. De meeste sporen van inslagkraters zijn dan ook te vinden op de oude schilden die nooit door dit proces 'uitgewist' zijn.
Een aantal vrij recente kraters zijn goed aan het oppervlak te zien, bijvoorbeeld de krater in Arizona. Andere zijn aan het oppervlak geheel verdwenen, zoals de gigantische krater van Chicxulub. Daarvan zijn aan het oppervlak alleen de cenotes te zien, maar uit afwijkingen van de zwaartekracht is de kraterstructuur goed te zien. De inslag is beroemd omdat hij erg groot geweest is en samenvalt met het uitsterven van de Dinosauria.