In de ban van de ring is een vertaling van de trilogie The Lord of The Rings geschreven door J.R.R. Tolkien. De Engelse versie verscheen in 1954, de Nederlandse vertaling (door Max Schuchart) verscheen in 1957. Met dit boek werd Tolkien de grondlegger van het fantasy genre. Het boek is door Peter Jackson verfilmd en in drie delen in drie opeenvolgende jaren in de bisocoop uitgebracht (2001-2003).
het verhaal
De hoofdpersoon, de hobbit Frodo Balings (Engels Baggins) krijgt van zijn oom Bilbo Balings een gouden ring, die grote macht in zich draagt. Deze ring werd gesmeed door Sauron, die al het kwade in Midden-aarde (Middle-earth) vertegenwoordigt. Zolang de Ring niet vernietigd wordt, zal Sauron ook blijven bestaan. De enige plaats waar de ring vernietigd kan worden is in het vuur van de Doemberg (Mount Doom), waar hij ook door Sauron werd gesmeed. Frodo moet de Ring naar de Doemberg brengen om hem daar te vernietigen en zo Midden-aarde te redden.
In het eerste deel, 'De reisgenoten' (The fellowship of the Ring), trekt hij naar Breeg waar hij afgesproken heeft met de tovenaar Gandalf. Om hier te komen moet hij samen met zijn trouwe vrienden Sam Gewissies, Merijn en Pepijn door het oude woud, waar hij het mysterieuze personage Tom Bombadil ontmoet. Het gezelschap wordt ook voortdurend opgejaagd door 9 ringgeesten, de Nazgûl, die er alles voor over hebben om de Ring te bemachtigen. Zijn pad leidt ook over de onherbergzame grafheuvels. In Breeg (Bree) aangekomen blijkt dat Gandalf er niet is. Geholpen door de Doler Aragorn brengt Frodo de Ring naar de elfenstad Rivendel, denkende dat hij dan van zijn zware last bevrijd zal zijn. Als blijkt dat hij de enige is die de Ring naar de Doemberg kan dragen, krijgt hij hulp van de elf Legolas, de tovenaar Gandalf, de dwerg Gimli, de mensen Boromir en Aragorn, de drie hobbits Merijn (Merry), Pepijn (Pippin) en zijn trouwe metgezel Sam Gewissies (Sam Gamgee).
Dit 'Gezelschap van de Negen' neemt het op tegen Saruman, die het hoofd van de orde der tovenaars was, en tegen Sauron en zijn handlangers. Samen trekken zij naar het zuiden, waar Mordor en Gondor liggen. Mordor is Frodo's verschrikkelijke eindbestemming, het land van Sauron en de Doemberg. Boromir komt uit Gondor, zijn vader is er stadhouder. Aragorn is de directe nazaat van de koning van Gondor, en zodoende eigenlijk de rechtmatige heerser daarover, maar dat blijkt pas later in het verhaal.
Halverwege de lange reis valt het gezelschap uiteen. Eerst valt Gandalf in Moria tjdens het gevecht met de balrog in een diep ravijn, daarna is er onenigheid over waar men heen wil. Boromir tracht Frodo mee naar Gondor te krijgen, maar deze weigert. Dan probeert hij hem de ring af te nemen om er zelf een machtig heerser te worden. Frodo en Sam ontsnappen over de rivier de Anduin naar het oosten op weg naar Mordor.
Ondertussen worden de andere hobbits gevangen genomen door de orks van Saruman en naar het westen ontvoerd. Boromir sneuvelt in de strijd tegen de orks. Aragorn, Gimli en Legolas besluiten Merijn en Pepijn te volgen.
Hier begint het tweede deel 'De twee torens' (The two towers).
Frodo en Sam ontmoeten het schepsel Gollem, die ooit eigenaar is geweest van de ring. Oorspronkelijk was hij een hobbit en heette hij Sméagol, maar hij werd langzaamaan vergiftigd door het kwaad van de ring tot er weinig meer van hem over was. Frodo's oom Bilbo was hem tegengekomen in een grot en had de ring daar op de grond gevonden. (De Hobbit). Gollem is bezeten van de ring en geheel gefixeerd op het terugkrijgen ervan. Uiteindelijk leidt dit schepsel Frodo en Sam op weg naar Mordor.
Onderwijl slagen Merijn en Pepijn erin te ontsnappen aan de orks die hen gevangen hadden genomen, en vluchten in het woud Fangorn. Hier hebben zij een ontmoeting met een Ent. Enten zijn oeroude en (normaliter) trage wezens, de herders van de bomen. Door toedoen van de hobbits ontwaken de enten tot grote 'haastigheid' en trekken ten strijde tegen Saruman. Net als Gandalf is hij een tovenaar, maar hij blijkt voor het kwaad bezweken en staat onder invloed van Sauron. Hij bezit namelijk een Palantír, een kristallen bol, waarmee hij verre gebeurtenissen kan zien. Sauron heeft er echter ook een, heeft Sarumans geest daarmee bedwongen en onderwijst hem nu in het kwaad. Aragorn, Gimli en Legolas steunen de mensen van Rohan in hun strijd tegen het leger van Saruman. Ook Gandalf voegt zich weer bij hen. Hem is de opdracht gegeven weer naar Midden-aarde terug te keren voor het volbrengen van zijn opdracht, de krachten van het goede bij te staan tegen het kwaad van Sauron. Hij heeft nu ook de kleur wit gekregen, die eerst aan Saruman toebehoorde, en breekt Sarumans staf.
In het derde deel 'De terugkeer van de koning' (The return of the king) proberen Frodo en Sam hun queeste te voltooien. Gollem pleegt verraad en leidt de hobbits het hol van een grote spin in (Shelob) om zo de ring terug te krijgen. Zijn plan lukt echter niet door Sams optreden. Sam draagt zelfs een tijdje de ring als hij denkt dat Frodo dood is, maar hij blijkt toch nog in leven te zijn. Daarna trekken zij Mordor binnen waar hun leven steeds meer tot een hel wordt. Inmiddels is Saruman gevallen en Pepijn kijkt in de Palantír. Daardoor denkt Sauron dat de hobbit met de ring nog in het westen is en besluit ten strijde te trekken. Dit geeft Frodo en Sam de kans om verder onopgemerkt in Mordor door te dringen. Gandalf trekt met de mensen van Rohan ten strijde naar Gondor. Aragorn, Gimli en Legolas trekken via de paden der doden, een geheime doorgang door de bergen naar de zuidkust van Gondor om daar een nieuw leger op te trommelen. In de hoofdstad Minas Tirith is de toestand kritiek. Ook Denethor, de stadhouder, staat onder invloed van Sauron via een Palantír en pleegt zelfmoord. Zijn zoon Faramir, die Frodo in Ithilien op de oostelijke oever van de Anduin was tegengekomen, maar in tegenstelling tot Boromir geen poging gedaan had om hem de ring af te nemen, wordt zwaar ziek door de zwarte adem van de Nazgûl. Aragorn en Eomer van Rohan verschijnen net op tijd om de aanval van Sauron af te slaan, maar Gondor is nu zonder leider. Aragorn glipt de stad binnen om Faramir te redden met een geneeskrachtige plant, wat hij kan omdat hij als wettige koning daartoe magische kracht heeft. Men herkent hem in de stad daaraan. Hoewel de aanval is afgeslagen is de militaire toestand tamelijk hopeloos en om Sam en Frodo toch nog een kans te geven gaat het westen in de aanval en staat op het punt volledig vernietigd te worden. Inmiddels zijn Frodo en Sam inderdaad op de Doemberg aangekomen en op het laatste moment wordt Sauron hen gewaar. Frodo bezwijkt voor de verlokking van de ring en eist de ring voor zichzelf op, maar Gollem valt hem aan, bijt de vinger met de ring af en valt op het moment van zijn triomf in de doemspleet.
Hiermee vergaat het rijk van Sauron omdat deze vrijwel al zijn macht in de ring gestopt had bij het smeden ervan. Aragorn krijgt de troon van Gondor en trouwt met Arwen, de dochter van de halfelf Elrond die voor hem haar onsterflijkheid opgeeft. De hobbits keren terug naar de Gouw. Daar aangekomen blijkt dat Saruman er inmiddels een schrikbewind voert, en Pepijn en Merijn organiseren een opstand van de hobbits, die in eeuwen geen geweld meer gekend hadden.
Toch is Frodo hierna nooit meer gelukkig, daarvoor heeft hij te veel wonden opgelopen. Hij vertrekt daarom uiteindelijk naar de Grijze Havens om samen met de elfen, die nu allemaal Midden-aarde verlaten, naar het Verre Westen te varen, het land van de elfen. Later zal ook Sam daarheen vertrekken, die immers ook (zij het heel even) de ring heeft mogen dragen.
Zie ook
externe links
Er is een los van deze wikipedia staande Tolkien-wiki