Ziektebeeld
Het HIV-virus veroorzaakt AIDS doordat het de CD4+ T-cellen aanvalt en vernietigt. Dit is een groep van leukocyten (witte bloedcellen) die normaal gesproken het immuunsysteem coördineert in het geval van een infectie. Op deze wijze is het virus niet alleen in staat zichzelf te vermenigvuldigen, maar schakelt het ook het mechanisme uit waardoor het lichaam zich tegen het virus beschermt.
De sterke vermindering van het aantal CD4+ T-cellen zorgt ervoor dat andere ziekteverwekkers, die normaal gesproken zonder problemen door het immuunsysteem in de hand worden gehouden, in staat raken een ziekmakende infectie te veroorzaken. Het zijn in de meeste gevallen deze opportunistische infecties waaraan een AIDS-patient overlijdt. Veel AIDS-patienten ontwikkelen ook zeldzame vormen van kanker (bekend is het kaposisarcoom) die onder normale omstandigheden door het immuunsysteem tot staan kunnen worden gebracht.
Varianten
Er zijn 2 varianten van het AIDS-virus bekend. HIV-1 is de veroorzaker van AIDS. De oorsprong van dit virus is onbekend, maar over het algemeen wordt het aangenomen uit Oost-Afrika te stammen. HIV-2 veroorzaakt ook AIDS, maar niet altijd en meestal in minder ernstige vorm. Het wordt aangetroffen in West-Afrika. Beide typen zijn vermoedelijk vanuit apen op de mens overgegaan, in het bijzonder HIV-2 is zeer nauw verwant aan SIV, dat een op AIDS gelijkende ziekte bij apen veroorzaakt.
Zie ook: AIDS