Hippocrates was een Griekse arts, die leefde van ca. 460 - 377 v. Chr. (ook wordt 370 v Chr. als sterfjaar genoemd), waarschijnlijk op het eiland Kos. Hij wordt beschouwd als de grondlegger, de 'vader' van de geneeskunde omdat hij als eerste natuurlijke in plaats van bovennatuurlijke oorzaken voor ziekten zag.
Een van de grote verdiensten van Hippocrates is dat hij de medische wetenschap scheidde van het heersende natuurfilosofisch denken. Hij legde sterke nadruk op hygiëne, zowel voor arts als patiënt, op gezonde eet- en drinkgewoonten, het belang van frisse lucht en een natuurlijk verloop van processen in het lichaam.
Hij was ervan overtuigd dat gezondheid bij de mens afhing van de balans tussen lichaamssappen; onbalans zou ziekte veroorzaken. Het menselijk lichaam zou bestaan uit vier soorten lichaamssappen: slijm, bloed, gele gal en zwarte gal. De fysieke en mentale toestand (het temperament) en ziekteverschijnselen werden verklaard uit het bestaande gehalte aan de verschillende sappen. Een teveel aan slijm (flegma) zou een flegmatisch of kalm temperament tot gevolg hebben; een teveel aan bloed een 'sanguine' of optimistisch, gepassioneerd temperament; een teveel aan gele gal een 'cholerisch' of prikkelbaar, opvliegend temperament; en een teveel aan zwarte gal een melancholisch, depressief temperament. Een onbalans zou behandeld moeten worden met een dieet.
Later werden deze ideeën, die lange tijd grote invloed op de medische wetenschap zouden houden, overgenomen door de invloedrijke Griekse arts Galen. Deze zou de theorie verbinden met die van de 'vier elementen': het flegmatische verbond hij met water, het sanguine met lucht, het cholerische met vuur en het melancholische met aarde.
Hippocrates had een praktijk en een artsenschool op zijn geboorte-eiland Kos, waar hij zijn leerlingen een hoge beroepsmoraal bijbracht. Hij ontwierp een plechtige artseneed waar hij zijn pupillen aan verplichtte en die heden ten dage ook in Nederland door artsen bij hun afstuderen wordt afgelegd. Hoewel er verschillende vormen van de eed bestaan wordt hij nog altijd de 'Eed van Hippocrates' genoemd.
Ook de ontdekking van de pijnstiller en koortsonderdrukker aspirine in wilgenbast staat op Hippocrates' naam.
Het uit zo'n 70 delen bestaande werk Corpus Hippocratum wordt aan hem toegeschreven, hoewel ze naar alle waarschijnlijkheid niet door hem op schrift zijn gezet. Wel bevatten de werken zijn ideeën over en benadering van de medische wetenschap. De ''Aforismen' en de 'Eed van Hippocrates' maken deel uit van deze serie werken.
Hippocrates stierf in Larissa.