Hellenisme is een begrip voor zowel een periode in de geschiedenis als voor een type beschaving. Het woord stamt af van 'Hellas', in het begin de naam voor een deel van Thessalië in het oude Griekenland, later voor Midden-Griekenland en nog later voor Griekenland als geheel. Men noemt 'hellenisering' dan ook wel 'vergrieksing'. De eerste die de term 'hellenisme' gebruikte was de Duitse historicus professor Johann G. Droysen (1808-1884).
Aanvankelijk bedoelde men met 'hellenisme' de beïnvloeding van een andere beschaving door de Griekse beschaving, zonder dat het de andere cultuur helemaal in zich opnam. Later duidde men er de vermenging van Griekse en oosterse en midden-oosterse beschaving mee aan. Ook de westerse beschaving vertoont kenmerken van het hellenisme.
De periode waarin het hellenisme overheerste begon na de veroveringen van Alexander de Grote, die naar het oosten en zuiden toe een groot rijk stichtte (ca. 334 - 330 v. Chr.), waarin de Griekse taal de lingua franca werd; tot in Egypte werd Grieks gesproken. Als eindpunt wordt de Romeinse verovering, in het bijzonder van Egypte, genomen (30 v. Chr.), al bleef het Grieks ook nadien in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk de overheersende taal. De belangrijkste rijken in het Hellenistisch cultuurgebied waren het rijk der Seleuciden in Syrië en dat der Ptolemeeën in Egypte.
Hellenistische invloeden strekten zich uit tot handel en verkeer, literatuur, wetenschap, filosofie en de kunst, waaronder bouwkunst en beeldhouwkunst. Kenmerken van het hellenisme waren, behalve het eerder beschreven syncretisme, onder meer internationalisering (onder meer in handel en verkeer), systematisering (stedenbouw), realisme (algemeen in de kunst) en individualisme (portretkunst).
Het hellenisme heeft grote namen voortgebracht, zoals de wetenschappers Eratosthenes, Aristarchus van Samothrace, Aristarchus van Samos en Euclides, filosofische scholen als die van de Epicuriërs, de Stoïcijnen en het neoplatonisme, en de grote en belangrijke bibliotheken van Alexandrië en Pergamum. Grote veranderingen vonden plaats in de literatuur, zoals in de poëzie, romanverhalen, reisverhalen en avonturenverhalen.