Profielen
Een havo-leerling kiest sinds ongeveer het jaar 2000 een vakkenpakket aan de hand van een profiel. Er zijn vier profielen:
- natuur en techniek;
- natuur en gezondheid;
- economie en maatschappij;
- cultuur en maatschappij.
Een profiel bestaat uit een aantal vakken, dat is opgebouwd uit een: - gemeenschappelijk deel dat voor alle profielen gelijk is;
- profieldeel dat elk van de profielen kenmerkt;
- vrij deel.
De vrije ruimte kunnen leerlingen gebruiken om vakken te volgen uit een ander profieldeel. Het doel van de invoering van deze profielen was de leerlingen een samenhangend vakkenpakket aan te bieden, dat een goede inhoudelijke voorbereiding zou bieden op verwante vervolgopleidingen.
geschiedenis
Het havo is ontstaan met de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO), ook wel genoemd de Mammoetwet, die in 1968 is ingevoerd. Op dat moment verdwenen de MULO en de HBS, die wel als voorlopers van mavo, havo en vwo gezien kunnen worden. Op dat moment ontstond een veel grotere keuzevrijheid van schoolvakken waarin eindexamen gedaan werd. Ook nieuw was de brugklas. Pas na de brugklas werd een keuze gemaakt voor het eindniveau van de leerling.
Met de invoering van de basisvorming veranderde de middelbare school opnieuw van karakter. Dit werd in twee fasen gedaan. De eerste fase betrof de onderbouw. De tweede betrof de bovenbouw waar een zogenoemd "studiehuis" werd ingevoerd. De leraar begeleidt in het studiehuis de leerlingen in zelfstandig te leren werken. Leerlingen krijgen een actieve en zelfstandige rol. Klassikaal onderwijs wordt afgewisseld met andere werkvormen, zoals individueel of in groepjes aan een opdracht werken.
Een gedeelte van de tekst op deze pagina is afkomstig van