Tot in de vorige eeuw geloofde men dat duizend jaar v. Chr., terwijl elders prachtige beschavingen bloeiden, Europa slechts door halve wilden bewoond was. Thans weten we dat dit niet helemaal waar was. In 1846 werden meer dan 2500 oude graven ontdekt, in Hallstatt, nabij Salzburg (Oostenrijk). Men schat dat ze dateren uit de jaren tussen 1000 en 400 v. Chr. Deze graven bevatten vele verrassingen: niet slechts beenderen en as, dikwijls in urnen bewaard, maar ook vele alledaagse voorwerpen van lang geleden werden blootgelegd. Zo vond men bronzen en ijzeren zwaarden, vele soorten werktuigen eveneens van brons en ijzer, borstspelden van verschillende vorm en afmetingen, tekeningen van dieren, vooral van paarden en zwanen en verder ook potscherven, die op een sierlijke uitvoering wijzen en ingewikkelde meetkundige motieven vertoonden. De voornaamste vormen hierbij schijnen rechthoek, driehoek en ruit te zijn geweest (klokbeker) die door diagonalen of zig-zaglijnen van elkaar werden gescheiden.
Sinds deze vondsten hebben andere ontdekkingen meer licht geworpen op de z.g. Hallstatt-beschaving. In 1933 werd een hele stad, die blijkbaar door mensen met dezelfde beschaving omstreeks 700 v. Chr. bewoond werd - gebouwd werd???, in Polen gevonden. Deze stad, die Biskupinit werd genoemd, was gelegen op een eiland in een meer ten noordwesten van Poznan. Als we overwegen dat Biskupin bijna 800 kilometer van Hallstatt verwijderd is, dan kunnen we een idee krijgen van de verspreiding van de Hallstatt-cultuur. Sommigen geloven zelfs dat ze Villanova nabij Bologna (Italië) bereikte, maar hiervoor zijn geen afdoende bewijzen aan te voeren. Anderen nemen aan dat de Villanova-cultuur de cultuur van Hallstatt beinvloedde en dat de kennis van het ijzer omstreeks 650 v. Chr. uit Villanova naar Biskupin werd overgebracht.