Belangrijke vieringen, zoals landbouwfeesten, werden gevierd met rituele spelen, het zingen van liederen en speciale optochten, waarbij vaak maskers van goden werden gedragen. Vooral de cultus van Dionysus, de god van de wijn, de bedwelming en een beetje van de landbouw. Uit deze gemaskerde optochten zijn later de Griekse tragedies en komedies voortgekomen.
Wanneer belangrijke beslissingen moesten worden genomen vroeg men vaak om raad. Men trok naar de tempel in Delphi om een orakel, een raadgevende uitspraak van de goden, te vragen. Hedentendage zijn er nog altijd politici in Griekenland die op deze manier belangrijke beslissingen nemen.
Twee bekende uitdrukkingen van de oude Grieken zijn gevleugelde uitspraken gebleven: Socrates' uitspraak "Ken uzelf", wat betekent dat het niet raadzaam is naast de schoenen te gaan lopen, omdat hoogmoed door de goden bestraft zou worden, en "Niets is teveel", wanneer men lange tijd veel voorspoed heeft gehad en bang is dat de goden hier jaloers op worden en met maatregelen komen.
Een aantal van de verhalen, zoals die over een allesverzwelgende vloed vindt men terug in andere mythologische- en geloofssystemen. In de de joods-christelijke Bijbel wordt eveneens verteld over een 'zondvloed'. Een plausibele verklaring is dat een dergelijke gebeurtenis inderdaad heeft plaatsgevonden en door mondelinge overlevering verschillende vormen heeft gekregen.
De eerst bekende opgetekende verhalen over het ontstaan van hemel en aarde waren in de 8e eeuw v. Chr. geschreven door Hesiodos. De Griekse mythen en sagen zijn verzameld en doorgegeven door Homerus, die leefde in de 8e of 9e eeuw v. Chr. De Ilias en de Odyssee zijn zijn bekendste werken. Ze zijn gebaseerd op het verhaal van de Trojaanse Oorlog. De Griekse mythen domineren vrijwel alle literatuur uit de oudheid. Ook nu nog zien we in veel klassieke muziekwerken vanaf de Middeleeuwen, in toneelstukken, beeldende kunst en literaire werken elementen uit de Griekse mythologie terug.