De Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de daarvoor gebruikte Juliaanse kalender, werd voor het eerst voorgesteld door de Napolitaanse arts Aloisius Lilius, en werd overgenomen door paus Gregorius XIII in 1582. Door het weglaten van 10 dagen was het begin van de lente teruggebracht tot 21 maart. De dagen liepen zonder onderbreken door, op zaterdag 4 oktober volgde zondag 15 oktober. Het gemiddelde jaar in de Juliaanse kalender telde exact 365,25 dagen, maar omdat het gemiddelde tropische jaar ongeveer 365,2442 dagen duurt, loopt de Juliaanse datum elke duizend jaar ongeveer 7,8 dagen voor.
Om deze afwijking te corrigeren, werd het systeem van schrikkeljaren aangepast, waarbij elk jaartal dat geheel deelbaar was door 100 niet een schrikkeljaar was, behalve als het ook door 400 te delen was. Dat betekent dat bijvoorbeeld 1600, 2000 en 2400 schrikkeljaren zijn, maar 1700, 1800, 1900, 2100, 2200 en 2300 niet. Per 1000 jaren worden er daardoor gemiddeld 7,5 dagen gecorrigeerd.
In de katholieke landen Spanje en Portugal werd de Gregoriaanse kalender direct ingevoerd. Andere katholieke landen volgden binnen enkele jaren.
In veel protestantse gebieden werd de nieuwe kalender pas rond 1700 aanvaard. In Nederland aanvaardden Holland, Zeeland en de zuidelijke gewesten vrijwel onmiddellijk de nieuwe kalender maar de overigen deden dit pas in 1700 of in 1701. Gevolg was bijvoorbeeld dat de tornado die de Utrechtse Dom op 1 augustus 1674 in twee stukken splitste, in geschriften die de oude kalenderstijl hanteerden, gedateerd is op 22 juli! In Groot Brittannië werd de Gregoriaanse kalender de dag na 2 september 1752 ingevoerd. Die dag werd toen 14 september. Er waren in het land vele opstootjes, want het volk eiste de hun ontnomen 11 dagen terug.
De Sovjetunie stapte pas in 1918 over op de Gregoriaanse kalender. Het verschil was intussen tot 13 dagen opgelopen zodat op 31 januari 1918 onmiddellijk 14 februari volgde. Doordat de Russische revolutie drie maanden voor deze hervorming plaatgevonden had, op 25 oktober 1917, kreeg deze hervorming geen vreemd gevolg: de eerste herdenking van de Oktoberrevolutie, uiteraard 356 dagen later, viel niet in oktober maar op 7 november.
Als laatste land volgde Griekenland in 1924. Maar sommige oosters-orthodoxe kerken volgden nog later of gebruiken ook nu nog de oude Juliaanse kalender voor de bepaling van feestdagen.