Graffiti tegenwoordig
Graffiti op straat wordt meestal gemaakt met behulp van spuitbussen met verschillende kleuren verf. Het zijn vaak korte teksten, en afbeeldingen, varierend van 'tags' (korte parafen waaraan de maker door zijn collega's wordt herkend) tot 'pieces' (grotere, soms ook wel met enige kunstzin uitgevoerde afbeeldingen). Vaak ziet men tientallen tags dicht bij elkaar neergezet. Er zijn duidelijke stijlen te herkennen. Er is zeker sprake van een ondergrondse graffiti-subcultuur, maar een groot aantal mensen ergert zich ook aan de in hun ogen lelijke verminkingen van de openbare ruimte. Graffiti wordt meestal aangebracht op bouwwerken die niet van privépersonen zijn, maar van de overheid, of van grote organisaties. Vaak zijn ook verrijdbare zaken het doelwit, zoals treinen en portacabins. Soms op kleine kastjes, zoals verdeelkastjes van de telefoon. Tegenwoordig is in Nederland vrijwel overal graffiti aan te treffen. Eind van de jaren zestig nemen New Yorkse jongeren de gewoonte over van de straatjeugd uit Philadelphia om met een viltstift hun schuilnamen vliegensvlug op treinstellen te plaatsen. Die handtekening wordt de Tag genoemd. In New York werd de viltstift al snel vervangen door de spuitbus en het metrostel werd de ideale drager om een miljoenenpubliek te bereiken. Naar gelang de grote der schildering op de treinen onderscheiden we: All-overs, Top-to-bottom of End-to-end. Een volledig beschilderde wagon, ramen inclusief noemen we een Whole car piece. Maar er zijn ook Double whole car pieces gemaakt maar slechts twee Whole train pieces. Graffiti als kunstvorm
In de meer maatschappelijk geaccepteerde kunstvormen is de graffiti-kunst doorgedrongen. De consumenten-objecten uit de Amerikaanse Pop-Art, de allergie voor de galerie-kunst en de happening-en-performance-drang van de conceptualisten zijn zovele elementen, die de spuitbus-schilders tot de Graffiti-kunst brachten, in de zeventiger jaren.
Zonder zijn leraren Joseph Kossuth en Keith Sonnier aan de New Yorkse School for Visual Arts te willen negeren, roept Keith Haring toch uit: " The metro-stations are my galeries and there is my public."
Graffiti-schilders produceren evengoed figuratieve als non-figuratieve creaties, op om het even welke drager. Zonder enige voorbedachtheid laat de kunstenaar zich alleen leiden door zijn spontaniteit en een opvallend snelle uitvoering. (Noodgedwongen omdat de techniek dit enigszins vereist en hij anders risico loopt te worden gearresteerd.)
Nog bekende graffiti zijn: Michel Basquiat, Kenny Sharf, Walter Dahn, Robert Combas en Walter Swennen
Uitspraak
Graffiti is een van oorsprong Italiaans woord en zou ook zo moeten worden uitgesproken (grá-fie-tie). Omdat het verschijnsel als kunstuiting uit Amerika is overgewaaid, wordt het in Nederland op z'n Engels uitgesproken (grŕf-fie-tě). Grappig, want in Engelstalige landen doen ze het wel op zijn Italiaans.