Vroege geschiedenis
Siberië wordt reeds sinds prehistorische tijden bewoond. De eerste bewoners waren jagers, die jacht maakten op diersoorten zoals de mammoet, de wolharige neushoorn en het rendier. Behalve diverse Siberische volken, zijn ook de Amerikaanse Indianen vermoedelijke afstammelingen van deze zogenaamde paleo-Siberiërs.
De vroegste nederzettingen gebaseerd op gedomesticeerde dieren en granen duiken na 4500 v. Chr op aan de bovenloop van Ob en Jenissej en een gebied aan de kust van het Aral-meer. Rond 2000 v. Chr. deden metalen voorwerpen hun intrede, en er ontwikkelde zich vanaf 1500 v. Chr. de Andronovo cultuur die zich over het uitgestrekte gebied van Oeral tot het Baikal-meer verspreidde. Het paard werd gedomesticeerd, hoewel dat mogelijk al eerder in de huidige Oekraïne gebeurd was, en centra van bronsbewerking kwamen op.
De eerste grotere staatukundige eenheid in het gebied was het rijk der Oeigoeren dat vanaf de 6e eeuw vanuit Mongolië onder meer over het gebied rond de Jenissej heerste. In de 9e eeuw werden zij afgelost door de Kirghiezen van de boven-Jenissej, waarna in de 13e eeuw de Mongolen onder Genghis Khan en zijn opvolgers West-Siberië en grote delen van de rest van Azië veroverden. Rond 1420 raakte het Mongoolse rijk in verval. In West-Siberië ontstond het khanaat van Sibir.
| Russische steunputen | | 1586 - Tjoemen |
| 1587 - Tobolsk |
| 1600 - Mangazeja |
| 1604 - Tomsk |
| 1619 - Jenissejsk |
| 1627 - Krasnojarsk |
| 1631 - Bratsk |
| 1632 - Jakoetsk |
| 1647 - Ochotsk |
| 1652 - Irkoetsk |
Russische verovering
In 1581 trok de kozak Jermak het khanaat binnen, en hij veroverde het het volgende jaar. In 1585 werd hij gedood en trokken zijn mannen zich terug, maar de troepen van de tsaar namen het gebied over. Geleidelijk breidden de Russen hun gebied uit, zoals men kan zien aan de stichting van hun forten en voorposten (zie de tabel rechts). In 1619 staken de Russen over van het dal van de Ob naar dat van de Jenissej, en begonnen ook dat te veroveren.
In 1631 werd de volgende stap gezet, en Peter Beketov begon de onderwerping van de Jakoeten langs de Lena. In 1639 bereikte een groep kozakken onder Ivan Moskwitin als eersten de kust van de zee van Ochotsk. Rond dezelfde tijd zakten de kozakken ook de Lena en andere rivieren af naar de Noordelijke IJszee. In 1648 voer Semjon Dezjnev door de Beringstraat.
Vele Siberische volken werden onder het yasak-systeem (verplichte jaarlijkse schatting aan de tsaar) geplaatst. De inkomsten van de yasak en de belasting op de bonthandel waren in deze tijden verantwoordelijk voor 10% van de Russische staatskas, en Siberisch bont was Ruslands belangrijkste exportproduct. De belangrijkste bron van pelzen was de sabelmarter (Martes zibellina), maar waar die door overbejaging zeldzaam of uitgestorven was, werden ook vossen, hermelijnen en eekhoorns voor hun huiden gedood.
Conflict met China
In 1643 trok Vasily Pojarkov zuidwaards vanaf Jakoetsk, en bereikte de Amoer. Hij voer deze af tot aan de monding. In 1650 plunderde Jerofei Chabarov de streek. Dit leidde echter tot een reactie van de Mantsjoe-regering van China, aan wie het gebied schatplichtig was, en het kwam meerdere keren tot een treffen tussen de grootmachten, tot het verdrag van Nerchinsk in 1689 de grens tussen beide rijken vaststelde, waarbij het dal van de Amoer volledig Chinees bleef.
Latere geschiedenis is nog niet geschreven, ga gerust je gang