Litouwen wordt voor het eerst genoemd in de Quedlinburgse Annalen van het jaar 1009, maar er is pas sprake van een Litouwse staat tegen het einde van de 12e eeuw, of volgens sommige historici vanaf ongeveer 1240. De eerste bekende leider van dit rijk is Mindaugas (1238-1263). Hij liet zich in 1251 dopen en werd op 6 juli 1253 tot koning gekroond, maar in 1261 verklaarde hij zich weer voor het heidense geloof van zijn vaderen. In de 13e-14e eeuw breidde het gebied van de Litouwers zich flink uit over wat nu Wit-Rusland en Oekraïne zijn. Het rijk bereikte zelfs de kust van de Zwarte Zee. Allengs kwamen de Litouwse ridders steeds verder in het nauw door de ridders van de Duitse Orde, die in Pruisen een belangrijk bastion gesticht hadden. De Litouwers werden daardoor de natuurlijke bondgenoten van het koninkrijk Polen en in 1385 wist de Litouwse leider Jogajla de beide rijken in personele unie te verenigen door zich tot koning van Polen te laten verkiezen. In 1386 volgde zijn kroning als koning van Polen en in 1387 werd Litouwen eindelijk officiëel ook gekerstend. Het was daarmee de laatste Europese staat die tot het christendom overging.
Vanaf 1392-1430 regeerde Vytautas de Grote over Litouwen en onder hem verkreeg het gebied de titel Groothertogdom Litouwen. Deze tijd is het hoogtepunt van de Litouwse macht. In 1410 werd zelfs de Duitse Orde vernietigend verslagen in de Slag bij Tannenberg.
Casimir Jagiello 1440-1492 breidde de invloed van de Jagiello-dynastie nog verder uit, hij bracht Pruisen als vazalstaat onder de Pools-Litouwse troon en zette zijn zoon op de troon van Tsjechië en Hongarije.
In 1569 werden Polen en Litouwen bij de Unie van Lublin tot één staat verklaard. Bovendien werd Polen-Litouwen min of meer een adelsdemocratie, waar de sjlacht (de adel) de dienst uitmaakte en de gekozen koning maar weinig macht had. De Litouwse en Poolse adel vermengden zich sterk en er vond een sterke verpoolsing plaats. Daardoor ging het nationale karakter van de Litouwse component grotendeel te loor. In de 18e eeuw bleek de Poolse staat niet in staat zich tegen de inmenging van de buurlanden te verdedigen en in de Poolse delingen van 1772, 1793 en 1795 kwam het oorspronkelijke Litouwen onder Russisch bestuur. In de 19e eeuw was er een nationale herleving die in 1830-31 en 1863-64 tot kortstondige opstanden leidde. Er waren echter naast de Litouwse ook Poolse en Witrussische nationale bewegingen, die vaak op dezelfde gebieden aanspraak maakten.
In 1915 werd het gebied door Duitse troepen bezet. In de verwarring die volgde op de Russische Revolutie werd op 16 februari1918 in Vilnius de Litouwse staat uitgeroepen. In de jaren 1920-22 vond deze staat algemeen internationale erkenning, maar de oude hoofdstad Vilnius werd van 1920-1939 door het naburige Polen bezet gehouden. De Litouwse regering week uit naar Kaunas. Door het Molotov-Ribbentroppact tussen Hitler en Stalin kwam er een eind aan de onafhankelijkheid. Eerst moest het Memelgebied aan (het toen nog naburige) Duitsland afgestaan worden en vervolgens marcheerden de Sovjettroepen op 15 juni 1940 het land binnen. Een verzameling 'boeren en arbeiders' moest vervolgens de Sovjetunie 'verzoeken' om Litouwen als Sovjetrepubliek tot de Unie 'toe te laten'. Deze feitelijke annexatie van een legitiem lid van de Volkenbond werd door sommige landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten) nooit erkend.
Na de aanval van Hitler op Rusland werd Litouwen van 1941-1944 opnieuw door de Duitsers bezet. Sommige Litouwers zagen dat eerder als een bevrijding en werkten samen met de Duitsers. In 1944 werd het land opnieuw 'bevrijd' ditmaal door de Sovjets en vanaf dat tijdstip tot 1990 was Litouwen opnieuw een Sovjetrepubliek. Uiteraard had de Sovjetregering weinig sympathie voor voormalige collaborateurs met de nazi's, waarvan velen uitweken naar het westen. In de territoriale herverdeling van vlak na de ondergang van het Derde Rijk kreeg de Sovjetrepubliek Litouwen er ten koste van het vooroorlogse Polen wat territorium bij, waaronder de oude hoofdstad Vilnius.
Het Litouws nationalisme was daarmee niet verdwenen, maar de Litouwers moesten knarsetandend toezien hoe hun land verder gerussificeerd werd. In de tijd van glasnost en perestroika van de laatste Sovjetleider Gorbatsjov werden de Sovjets van de individuele Sovjetrepublieken steeds machtiger en Litouwen speelde een sleutelrol in het uiteenvallen van de Unie. Op 11 maart 1990 verklaarde de Opperste Sovjet van Litouwen het land onafhankelijk, nadat er grootschalige demonstraties geweest waren. Zelfs in Moskou waren de Litouwse vlaggen op straat te zien. Hoewel de Sovjetunie probeerde het tij te keren, werd het Litouwse televisiestation door de bevolking fel verdedigd. Uiteindelijk werd na de mislukte staatsgreep van Janajev het onafhankelijke Litouwen in 1991 ook door het inmiddels zichzelf onafhankelijk verklaarde hebbende Rusland erkend. Het land werd in snel tempo door de internationale gemeenschap erkend en toegelaten door de Verenigde Naties.
Het nieuwe Litouwen heeft net als de beide andere Baltische republieken te maken met de gevolgen van de Sovjettijd. Er is bijvoorbeeld een aanzienlijke Russische minderheid, hoewel veel kleiner dan in Letland. Ook ligt het land ingeklemd tussen het met Ruland min of meer herenigde Wit-Rusland in het oosten en de Russische exclave rond Kaliningrad, het oude Oost-Pruisen in het westen. Sinds 2003 is Litouwen kandidaatlid van de Europese Unie en zal waarschijnlijk in 2004 toetreden.