Tagoror  

Encyclopedie




Geschiedenis van het christendom

Men is het er algemeen over eens: de geschiedenis van het Christendom ligt in Palestina in de dagen van Jezus van Nazareth. Van die tijd en vooral van de eeuwen daarna zijn veel archeologische en kunsthistorische voorwerpen overgebleven. Sommige verwijzen naar personen en gebeurtenissen uit de eerste eeuwen van het christendom zoals beschreven in de Bijbel, andere staan symbool voor de cultuur of gewoonten van die eeuwen.

Overblijfselen van het vroege christendom

Maar wat is er nog meer, behalve de bijbelboeken, aan tastbaars overgebleven? Enige voorbeelden: opschriften van de muur van de Tempel van Jeruzalem; munten met de beeltenis van Herodes; de beruchte zilverlingen van Judas Iskariot; de enige bekende inscriptie met de naam van stadhouder Pontius Pilatus; een sarcofaagje van de familie van Kajafas, de hogepriester voor wie Jezus na zijn gevangenneming werd geleid; en het gebeente van een voet doorboord met een decimeter lange kruisigingsnagel.

De directe aanleiding van de allereerste verspreiding van het Christendom vormen wel de evangeliseringsreizen in de jaren na de dood van Christus en ging vooral door tijdens de tweede en derde eeuw. In het jaar 100 waren er al christelijke gemeenschappen van enige omvang in Palestina, Klein-Azie, Griekenland, Rome en Egypte. Twee eeuwen later was de voormalige sekte zo sterk geworden, dat de Romeinse keizers in arren moede maar van verdere onderdrukking afzagen.

Aanvankelijk was het Christendom slechts een van de vele religies uit het Oosten die een alternatief boden voor de eeuwenoude, steriel geworden goden. Maar in de strijd om de zielen met Osiris uit Egypte, Mithras uit Perzie en de Anatolische Cybille-cultus kwam Jezus glorieus als winnaar uit de bus. Zijn leer was immers het meeste open, zonder geheimzinnige initiatie-rituelen, hij richtte zich tot iedereen zonder aanzien van ras of stand en bood het vooruitzicht op een feestelijk hiernamaals dat aanvankelijk vooral aantrekkelijk was voor slaven en kleine luyden, voor wie het leven op aarde heel wat somberder perspectieven bood.

De eerste christenen profiteerden daarbij van de staatkundige eenheid van het Romeinse Rijk, die de hele mediterrane wereld verenigde en waarbinnen zij gebruik konden maken van druk bevaren handelsroutes en, zeker niet in de laatste plaats, van het uitgebreide Romeinse wegennet. Overigens is het een mythe dat de eerste christenen - die immers het hoogste gezag van de keizer niet erkenden - van hogerhand systematisch vervolgd zouden zijn. In werkelijkheid ging het om sporadische campagnes, die bovendien in lang niet alle districten werden uitgevoerd. Het duidelijkste voorbeeld van vervolging stamt uit de tijd van Diocletianus. In zijn tijd waren Christenen ook aan het hof heel gewoon, maar in 303 besloot de keizer, vooral onder invloed van Galerius het Christendom in de ban te doen. Het bleek echter al gauw dat de kerk al veel te groot en wijdverspreid was om deze ban ook werkelijk uit te voeren en tien jaar later in 313 verklaarde Constantijn de Grote de vrijheid van godsdienst.

Het oudst bewaarde christelijke document is afkomstig uit een grot bij Qumran aan de Dode Zee. Het zijn elf woorden uit het Evangelie van Marcus, opgeschreven voor het jaar 68, toen de nederzetting door Romeinse soldaten werd vernietigd. Het is dus goed mogelijk dat de auteur Jezus zelf nog heeft gekend! Bijna net zo bijzonder is de eerste duidelijk christelijke inscriptie, het grafschrift van de Phrygische bisschop Abercius dat in 1882 in Zuidoost-Turkije is gevonden. De door de bisschop zelf opgestelde tekst meldt hoe hij in navolging van Paulus de uiteinden van het Rijk heeft bereisd om de Blijde Boodschap uit te dragen. Uit de derde eeuw stammen voorts de eerste tekeningen en reliefs van Petrus en Paulus, graftombes met de beeltenis van Jezus als de Goede Herder en een curieuze getuigenis van de eerste kerstening: een grafsteen met zowel heidense en christelijke opschriften. Zij is afkomstig uit het Vaticaan, dat toen nog een begraafplaats was voor alle gezindten. Petrus ligt er hoogstwaarschijnlijk begraven temidden van volgelingen van Jupiter, Serapis en Hekate.

De vreedzame coexistentie met andere religies, waar de kerkvaders radicaal een einde aan zouden maken, laat zich ook goed aflezen uit twee goed bewaarde drinkbekers, die in de vierde eeuw in dezelfde werkplaats in Keulen werden vervaardigd. De afbeeldingen daarop zijn vrijwel identiek: een vrouw die een man de kelk reikt. Maar bij de een zijn het Diana en Apollo en luidt de tekst:"Neem de beker en geniet", terwijl het bij de andere gaat om Eva en Adam, met de woorden:"Geniet van God, drink en leef."

Een ander voorbeeld is een set tafelgerei uit Engeland, waarvan het bord is versierd met heidense godheden en het bestek met christelijke monogrammen.

Het leven en de kunst van de vroege christenen wordt vooral weergegeven in een rijke en afwisselende hoeveelheid archeologische vondsten uit het hele Romeinse Rijk: beelden, tombes, fresco's, gebruiksvoorwerpen, sieraden, munten, speelgoed en kleine persoonlijke eigendommen die zijn aangetroffen in de catacomben (Die overigens nimmer als schuilkerken hebben gediend, maar alleen als grafkelders, hoewel er tijdens de vervolgingen wel geheime samenkomsten van christenen plaatsvond).

De stijl van de vroegchristelijke kunstvoorwerpen sluit nog aan op het laatklassieke realisme, maar het is duidelijk te zien dat voor deze artiesten de boodschap belangrijker was dan de esthetische vormen. Symbolen zoals de vis (Christus), het anker (de zekerheid des geloofs) en het christogram, Christus' in elkaar gevlochten initialen X (chi) en P (rho), vaak samen met 'alpha en omega' (begin en einde), nemen daarom de plaats in van de levensechte voorstellingen van de profane kunst. (Het kruis duikt pas op in de vijfde eeuw, toen de kruisiging als straf voor halsmisdrijven al was afgeschaft.) In deze periode wordt ook de basis gelegd voor een nieuwe thematiek die meer dan duizend jaar de beeldende kunst zou monopoliseren.

Christus en de apostelen, de opstanding van Lazarus, de wonderbare spijziging, de aanbidding der wijzen en sommige oudtestamentische scenes als de drie mannen in de hete oven en de - op een Vaticaanse sarcofaag fel realistisch weergegeven - avonturen van Jonas in de walvis; dat alles waren ook in de derde en vierde eeuw al geliefde onderwerpen. Bijzonder fraai zijn ook een tiental piepkleine reliefs met ivoorsnijwerk uit de vierde en vijfde eeuw. De geboorte van Christus, zijn lijdensweg, het verhangen van Judas en zelfs een afbeelding van de allereerste basiliek die keizer Constantijn boven het graf van Petrus liet aanleggen, zijn hierop te zien.

Externe Links:




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.