eind 19e eeuw: opkomst van het zionisme, het streven naar een joodse staat in Palestina als uitweg voor de vervolging en onderdrukking in Europa. Leider van de beweging is de Hongaarse journalist Theodor Herzl.
1917: de Britten nemen de macht in Palestina over van het uiteengevallen Ottomaanse rijk. In de zgn. Balfour-declaratie zegt de Britse regering de zionisten steun toe voor de komst van een 'joods nationaal tehuis' in Palestina. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog wordt Palestina een door de Britten bestuurd mandaatgebied van de Volkenbond. Er komt een immigratiestroom op gang.
Tussen 1936 en 1939 vindt de grote opstand plaats. Dit is onder andere een staking van Arabieren. Zij protesteren hiermee tegen hun verdrukking door joodse immigranten.
1947 de Algemene Vergadering van Verenigde Naties stemt in met een Brits plan voor de deling van het mandaatgebied Palestina in twee delen. Er wonen op dat moment ca. 600.000 joden in Palestina. Vrijwel onmiddellijk breekt een burgeroorlog uit tussen joden en Arabieren.
14 mei1948: David Ben-Goerion roept de Staat Israël uit. Een dag later vallen zeven Arabische landen de nieuwe staat aan. Bij de wapenstilstand in 1949 heeft Israël een aantal gebieden veroverd die buiten het door de VN toegekende gebied vielen. Honderdduizenden Palestijnen vluchten of worden gedwongen te vertrekken naar Jordanië.
1950: het parlement, de Knesset, bepaalt bij wet dat alle joden, waar ook ter wereld gekomen, zich in Israël kunnen vestigen. Dit maakt immigratie uit Azië en Afrika mogelijk.
1956: de Suezcrisis leidt tot oorlog met Egypte, waarbij Israël de Sinaï verovert om zodoende de scheepvaart door het Suezkanaal naar de havenstad Eilat weer mogelijk te maken. Bij de wapenstilstand van 1957 bedingt Israël vrije doorvaart door het kanaal en de stationering van een VN-troepenmacht in de Gazastrook. Het Israëlische leger trekt zich terug uit de Sinaï en de Gazastrook.
1964: oprichting van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), met als doel de stichting van een Palestijnse staat en de vernietiging van de staat Israël. Internationale terreur tegen Israëliërs intensifiseert.
1967: de Egyptische president Nasser krijgt steun van andere Arabische leiders als hij het Suezkanaal opnieuw blokkeert. De VN-troepen worden teruggetrokken uit Gaza. De Israëlische regering ervaart de situatie als zeer bedreigend en gaat op 5 juni over tot de aanval. De Zesdaagse oorlog is een feit. Onder leiding van opperbevelhebber Yitzhak Rabin verovert het mede dankzij Amerikaanse steun technologisch superieure Israëlische leger in zes dagen de Sinaï, de Golan-hoogvlakte, de Westelijke Jordaanoever en delen van Jeruzalem, waaronder de oude stad. De Veiligheidsraad van de VN neemt in november een resolutie aan die oproept tot terugtrekking uit de bezette gebieden.
na de Zesdaagse Oorlog lijkt verdere polarisering te ontstaan: Israël begint met de bouw van joodse nederzettingen in de bezette gebieden, Palestijnen beginnen met terreuraanvallen op joodse doelen binnen en buiten Israël.
1973: op 6 oktober, Grote Verzoendag (Jom Kippoer) steken Egyptische troepen het Suezkanaal over en valt Syrië de Golan-hoogvlakte binnen: de Jom Kippoeroorlog. Na aanvankelijke nederlagen weet Israël de oude situatie te herstellen.
1977: De Egyptische president Anwar Sadat brengt een bezoek aan Israël.
1978: Door bemiddeling van de Amerikaanse president Jimmy Carter komen de Camp David-akkoorden tot stand, die vrede met Egypte en terugtrekking uit de Sinaï mogelijk maken.
1982: Israël trekt Libanon binnen en verjaagt de PLO uit Beiroet. Libanese bondgenoten trekken met Israëlische instemming de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Chatila binnen en richten daar een massamoord aan. Binnen- en buitenlandse verontwaardiging dwingen de verantwoordelijke minister van Defensie Ariel Sharon tot aftreden. In 1985 trekt Israël zich grotendeels terug uit Libanon; alleen een strook langs de grens bleef bezet.
1987: in de Gazastrook breekt de Intifadah uit, een Palestijnse opstand tegen het Israëlische gezag. Het leger slaagt er ondanks hard optreden niet in de opstand te onderdrukken. Naast de vooral politieke PLO winnen fundamentalistische bewegingen als Hamas aan aanhang in de bezette gebieden.
1993 - 1995: De Oslo-akkoorden worden bereikt, waarin Israël en de PLO instemmen met de vorming van een Palestijnse Autoriteit en gefaseerde terugtrekking uit delen van de bezette gebieden. PLO-leider Yasser Arafat, de Israëlische premier Yitzhak Rabin en de Israëlische minister van buitenlandse zaken Shimon Peres krijgen hiervoor in 1994 de Nobelprijs voor de Vrede. Met Jordanië wordt in 1994 vrede gesloten. Rabin wordt in 1995 vermoord.
Vanaf 1996 verloopt het vredesproces moeizaam. Het aantal aanslagen door Hamas neemt toe, en vanuit Libanon voert de Hezbollah aanvallen uit op Israël.
2000: Israël onder premier Ehud Barak trekt zich geheel terug uit Libanon, conform alle eisen van de VN. Onder de Palestijnen en andere Arabieren leeft het gevoel op dat Israël is verjaagd en verslagen. Een bezoek van Sharon aan de Tempelberg in Jeruzalem werkt als catalisator voor de uitbraak van de tweede Intifada, de zogenaamde El-Aksa-Intifada of kortweg Aksifada.
2001: Op last van Sharon, inmiddels premier, wordt begonnen met de aanleg van een barrière, deels hek en deels muur, langs de grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever en op sommige plaatsen diep in de Westelijke Jordaanoever.