Tagoror  

Encyclopedie




Geneesmiddel

Een geneesmiddel (ook farmacon of medicijn) is een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent. De wetenschap van de geneesmiddelen heet farmacologie of geneesmiddelenleer. Vrij veel geneesmiddelen hebben een plantaardige of biologische oorsprong, maar de meeste worden tegenwoordig synthetisch gefabriceerd.

Geneesmiddelen kunnen op veel manieren worden ingedeeld: gangbare methoden zijn b.v.

  • naar effect, b.v. bloeddrukverlagende middelen;
  • naar chemische structuur, b.v. benzodiazepinen;
  • naar werkingswijze, b.v. alkylerende agentia;
  • naar oorsprong, b.v. digitalisgycosiden
  • naar verstrekkingsregels, b.v. opiumwetmiddelen
  • naar toedieningsweg, b.v. zetpillen
  • naar verstrekkingsvorm, b.v. capsules of tabletten;
  • naar werkingsduur, b.v. langwerkende slaapmiddelen
  • naar de manier waarop ze uit het lichaam worden verwijderd, bv. middelen met renale klaring.
  • enz.

Er zijn geneesmiddelen waarvan de werking op puur fysische effecten berust (b.v. osmotische aantrekking van water bij sommige laxeermiddelen, maar meestal zal er sprake zijn van een receptor, een plek op een cel of eiwitmolecuul waar het geneesmiddel zich bindt en daar tot een bepaald effect leidt.

Table of contents
1 Toedieningsvormen
2 eliminatiewijzen
3 compartimenten en verdelingsvolume
4 kinetiek van de klaring
5 werkingen en bijwerkingen
6 gewenning en verslaving
7 synthetisch en natuurlijk
8 allopathisch en homeopathisch
9 zie ook

Toedieningsvormen

Geneesmiddelen kunnen op allerlei wijzen worden toegediend:
  • oraal (via mond en slokdarm) - tablet, dragee, capsule, drank, poeder
  • intraveneus (dmv injectie in een ader)
  • intramusculair (injectie in een spier)
  • subcutaan (onderhuidse injectie)
  • rectaal (via de anus) - zetpil, clysma
  • op de slijmvliezen
    • verstuiving - mondspray, neusspray
    • spoeling - gorgeldrank (gargarisma), mondspoeling (collutio), oogwater (collyrium)
    • indruppeling - oogdruppels (oculoguttae), neusdruppels (guttae nasales) en oordruppels
  • via de longen (middelen voor inhalatie)
  • op de huid - zalf, crême, lotion, pleisters (fentanyl, nicotine, oestrogeen)

eliminatiewijzen

De meeste middelen worden door de
lever of door de nieren geelimineerd ('geklaard', soms door allebei. Ook uitscheiding met de adem en via de darm komt voor.

compartimenten en verdelingsvolume

Sommige stoffen hebben de eigenschap dat ze vooral in het bloed worden teruggevonden, andere lossen sterk op in vetweefsel, andere verdelen zich over het totale lichaamswater, en weer andere worden sterk aan eiwitten gebonden. Een dergelijke virtuele ruimte waarin men het farmacon vooral vindt heet een compartiment. De gemeten concentratie in het compartiment en de hoeveelheid stof die zich erin bevindt leiden via een eenvoudige berekening tot een verdelingsvolume. Als een compartiment eigenlijk uit meer compartimenten bestaat, in een waarvan het middel veel sterker geconcentreerd is dan in het compartiment waarin het gemeten wordt, kan een schijnbaar verdelingsvolume ontstaan dat veel groter is dan fysiek mogelijk is. Deze situatie treedt bijvoorbeeld op bij meting van een lipofiele stof in de bloedbaan - als men van een bekende toegediende hoeveelheid stof de concentratie in het bloed meet en die met de hoeveelheid bloed vermenigvuldigt komt men niet zelden heel veel middel 'tekort'. Het middel is in het vetweefsel gaan zitten en heeft een schijnbaar verdelingsvolume van vele honderden liters bloed.

kinetiek van de klaring

De snelheid waarmee een middel uit het lichaam verdwijnt (klaring) kan volgens verschillende formules verlopen. De volgende twee vormen komen het meest voor:

  • Nulde orde: met constante snelheid (bv. alcohol).
  • Eerste orde: er is sprake van een halfwaardetijd, waarna de helft van het aanwezige middel is afgebroken.

e.e.a hangt wel samen met de snelheid van afgifte van de toedieningsvorm en van de snelheid van opname van een dosis in het lichaam.

werkingen en bijwerkingen

Naast de gewenste effecten hebben vrijwel alle werkzame geneesmiddelen ook bijwerkingen, effecten waarvoor het niet wordt toegediend en die deels storend of schadelijk zijn. Misselijkheid is een van de meest voorkomende. Een aantal bijwerkingen kan overigens altijd ook aan het placebo-effect worden toegeschreven: zelfs als men onwerkzame middelen meegeeft (bijv tot tabletten geperste poedersuiker) zal een aanzienlijk deel van de gebruikers bijwerkingen rapporteren, meestal misselijkheid en/of hoofdpijn. Niettemin komen bijwerkingen veel voor en kunnen een reden zijn om het gebruik te staken of naar een ander middel om te zien. Van een middel voor een onschuldige kwaal worden uiteraard minder bijwerkingen geaccepteerd dan van middelen tegen ernstige ziekten.

gewenning en verslaving

Sommige geneesmiddelen worden bij gebruik door een groot aantal patiënten als plezierig ervaren, zodat de neiging bestaat ze ook te nemen als dit medisch gezien niet nodig is. Het gaat hierbij vooral om kalmerende middelen, slaapmiddelen en sterke pijnstillers uit de opiatengroep; maar ook sommige opwekkende middelen. De wetgever heeft aan het verstrekken van deze middelen meestal extra strenge eisen gesteld; ze zijn in ieder geval alleen op recept verkrijgbaar, en vallen soms onder de opiumwet.

synthetisch en natuurlijk

allopathisch en homeopathisch

zie ook




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.