Vlag
De Friese vlag bevat zeven rode pompeblęden (waterleliebladeren) die verwijzen naar de middeleeuwse Friese 'zeelanden'. Er zijn nooit precies zeven van deze bestuurseenheden geweest, het getal 7 heeft waarschijnlijk de connotatie 'veel'. Plaatsnaamaanduidingen
Van de meeste plaatsnamen in Friesland/Fryslân bestaan Nederlandstalige exoniemen. Bij grotere plaatsen als Leeuwarden en Franeker zijn dat veelal de namen die in het Oudfries (voor de 16e eeuw) werden gebruikt. Bij veel kleine plaatsen zijn het gelegenheidsvertalingen die kaartenmakers in de 19e en 20e eeuw hebben bedacht, toen Friesland/Fryslân in kaart werd gebracht. In veel gemeenten hebben deze exoniemen het tot officiële plaatsnaam gebracht. Alleen in de gemeenten Tytsjerksteradiel, Ferwerderadiel, Boarnsterhim, Littenseradiel en Ameland zijn de door de bevolking gebruikte Friese plaatsnamen ook de officiële.
Karakter
Friesland/Fryslân is een streek met een agrarisch karakter. Toerisme, met name op de meren in het zuidwesten van de provincie en op de Waddeneilanden, is in de zomer een belangrijke bron van inkomsten. Deze streken kennen in de winter een grote seizoenswerkloosheid. De sterk opkomende dienstensector concentreert zich in Leeuwarden, Drachten en Heerenveen. Binnen het Westerlauwerse cultuurgebied kunnen nog drie grote cultuurgebieden worden onderscheiden: de Kleistreek, de Friese Wouden en de Zuidwesthoek.
Geschiedenis
Aan het begin van de Middeleeuwen strekte Friesland zich uit van het Zwin tot aan de Wezer. In de zevende eeuw was het onafhankelijk en waren er hertogen of koningen aan de macht. Na de inlijving in het Frankenrijk in de 8e eeuw bestond Friesland uit drie delen zo blijkt uit de Lex Frisionum: het gebied tussen Zwin en Vlie, het gebied tussen Vlie en Lauwers en het gebied tussen Lauwers en Wezer. Een deel viel rond het jaar 1000 onder graven van Holland. De overige delen hadden in die tijd een grote mate van zelfstandigheid omdat geen enkele graaf of Hertog het gebied onder controle kon krijgen. In 1287 en 1288 veroverde Graaf Floris V van Holland West-Friesland. In de 14e eeuw kreeg de stad Groningen steeds meer macht in Friesland tussen Lauwers en Eems. In de 15e eeuw werd Ulrik Cirksema graaf van Oost-Friesland. In 1498 benoemde keizer Maximiliaan van Oostenrijk Hertog Albrecht van Saksen tot heer van heel Friesland. Hij kreeg echter alleen Westerlauwers Friesland onder controle. Toen was de opsplitsing van het oude Friesland een feit.
Door de gebrekkige kennis van historische feiten buiten Holland is in Nederland het besef verzwakt dat Friesland tussen Vlie en Lauwers deel is van een groter cultuurgebied. Hierdoor gebruiken Nederlanders de naam Friesland sinds de Saksische tijd meer en meer exclusief voor het onder Nederland ressorterende deel daarvan.
Bestuur
Friesland/Fryslân wordt bestuurd uit het Provinsjehűs (provinciehuis) aan de Tweebaksmarkt in Leeuwarden. De Provinciale Staten van Friesland/Fryslân tellen 55 leden. Het college van Gedeputeerde Staten is op het moment zes personen groot en staat onder voorzitterschap van Commissaris van de Koningin Ed Nijpels.
De gemeenten (en hoofdplaatsen)
(gehanteerd zijn de officieel vastgestelde namen per 1 januari 2000)