Tagoror  

Encyclopedie




Fluor

{| border="1" cellpadding="2" cellspacing="0" align="right" ! colspan="2" bgcolor="#cccc99" | Algemeen |----- | Naam | Fluor |----- | Symbool | F |----- | Atoomnummer | 9 |----- | Groep | Halogenen |----- | Periode | Periode 2 |----- | Blok | P blok |----- | Reeks | Halogenen |----- | Kleur | Lichtgeel |----- ! colspan="2" bgcolor="#cccc99" | Chemische eigenschappen |----- | Atoommassa (u) | 18,998 |----- | Elektronenconfiguratie | [He]2s2s2 2p5 |----- | Oxidatietoestanden | -1 |----- | Elektronegativiteit (Pauling) | 3,98 |----- | Atoomradius (pm) | 71 |----- | 1ste Ionisatiepotentiaal (kJ×mol-1) | 1681,06 |----- | 2de Ionisatiepotentiaal (kJ×mol-1) | 3374,20 |----- | 3de Ionisatiepotentiaal (kJ×mol-1) | 6050,48 |----- ! colspan="2" bgcolor="#cccc99" | Fysische eigenschappen |----- | Dichtheid (kg×m-3) | 1,696 |----- | Hardheid (Mohs) | ## |----- | Smeltpunt (K) | 53 |----- | Kookpunt (K) | 85 |----- | Aggregatietoestand | Gas |----- | Smeltwarmte (kJ×mol-1) | 1,02 |----- | Verdampingswarmte (kJ×mol-1) | 3,26 |----- | van der Waals straal (pm) | 135 |----- | Kristalstruktuur | ## |----- | Molair volume (10-6m3×mol-1) | 22403,78 |----- | Dampdruk (Pa) | ## |----- | Geluidssnelheid (m×s-1) | ## |----- | Specifieke warmte (J×kg-1×K-1) | 820 |----- | Elektrische weerstand&Omegacm) | ## |----- | Warmtegeleiding (W×m-1×K-1) | 0,0256 |----- ! colspan=2 bgcolor="#cccc99" | Meest stabiele isotopen |---- | colspan=2 | {| border="1" cellpadding="2" cellspacing="0" width=100% |----- ! Iso ! RA (%) ! Halveringstijd ! VV ! VE (MeV) ! VP |---- | 18F | syn | 109,77 m | EV | 1,656 | 18O |---- | 19F | 100 | colspan=4 | stabiel met 10 neutronen |} |----- ! colspan=2 bgcolor="#cccc99" | SI eenh. & STD worden gebruikt tenzij anders aangegeven. |}

Buurelementen

{| border=1 bgcolor=#F9FFFF |----- | | |He |----- |O |Fl |Ne |----- |S |Cl |Ar |}

Fluor is een scheikundig element met symbool F en atoomnummer 9.

Het is een giftig en agressief geelgroen gas. De naam komt van lat fluere of vloeien, maar het vloeispaat waar het in voorkomt. Bij toevoeging van fluoride aan oxidische materialen, bijvoorbeeld aluminium oxide wordt het smeltpunt vaak veel lager en gaan zij gemakkelijker vloeien. Het is een halogeen en het meest reactieve en elektronegatieve van alle elementen. Het is een bijzonder sterke oxidator, die moeilijk te hanteren is omdat fluor met zo ongeveer alles reageert.

Ontdekking

Het vloeieffect van vloeispaat was al in 1529 beschreven door Gregorius Agricola. Bij toevoeging van sterk zuur aan vloeispaat ontstaat vloeizuur en al in 1670 vond Schwandhard dat zo'n oplossing glas etste. Er vond daarna veel experimentatie plaats met vloeizuur door Scheele, Davy, Gay-Lussac en Lavoisier, sommige met akelige gevolgen. Hoewel oplossingen van fluoriden en vloeizuur HF dus al lang uit vloeispaat bereid werden, heeft het vanwege de bijzonder reactieve aard van het element lang geduurd voordat Henri Moissan er in 1886 in slaagde het element te isoleren.

Voorkomen

Het element komt meest als fluoride vooral in een aantal mineralen voor zoals vloeispaat, cryoliet en fluoroapatiet.

Eigenschappen

Het element heeft een bijzonder sterke neiging het ion F- ion met de neon configuratie te vormen. Met waterstof reageert het explosief, maar metalen, glas en water branden met een heldere vlam in een stroom fluor gas. Het kan daarom niet in glazen vaten bewaard worden. Er vormt zich een gasvormig fluoride SiF4. Met metalen vormen zich ook fluoriden waarvan vele -zoals de andere halogeniden- redelijk oplosbaar zijn in water.

Toepassingen

In de organische chemie kan een fluor atoom voor vrijwel ieder waterstof atoom gesubstitueerd worden. Dat wil zeggen dat het aantal potentiële organische fluor verbindingen gigantisch groot is. Wanneer alle waterstof atomen door fluor vervangen worden (per-fluoridering) ontstaan verbindingen die bijzonder inert zijn. Sommige daarvan vinden wijdverspreid toepassing. Een goed voorbeeld is teflon, het per-fluor equivalent van polyetheen. Ook kleinere moleculen zoals chloorfluorkoolwaterstoffen (freon) of waterstoffluorkoolwaterstoffen worden veel toegepast. Vanwege de aantasting van de ozonlaag verschuift het gebruik van de chloorhoudende verbindingen meer naar de verbindingen zonder chloor.

Vloeizuur of waterstoffluoride (HF) is een matig sterk zuur, maar wel uiterst reactief. Het tast glas snel aan en wordt gebruikt voor het etsen ervan. Broompentafluoride BrF5 is zo reactief dat het de zuurstof uit silicaten vrijmaakt. Het wordt gebruikt in de analyse van de zuurstof isotoop verhoudingen in geologische materialen (klei bijvoorbeeld). Het kan in nikkel bewaard worden omdat dit metaal een beschermende fluoridehuid ontwikkelt.

Fluoride is giftig, maar in kleine hoeveelheden ook een noodzakelijk sporen element. Het emaille van de tand bestaat uit hydroxyapatiet kristallen met een schroefdislocatie in het midden. Deze kristallen zijn dus schroefvormig gegroeid. De as van de schroef is een zwakke plek waar door bacteri&ele werking tandbederf kan optreden. Wanneer fluoride ionen worden aangeboden in het drinkwater of in de tandpasta, hechten deze zich op de zwakke plek en blokkeren deze. Het gevolg is minder tandbederf.

Toxicologie

Zowel het element als vloeizuur (HF) moeten met grote omzichtingheid en kennis van zake behandeld worden. Kontakt met de huid moet strikt voorkomen worden. Vloeizuur vreet bij contact met de huid door tot op het bot, zonder dat onmiddellijk pijn wordt gevoeld, de pijn begint pas wanneer het veel te laat is voor een goede behandeling. Bij vermoeden van contact moet onmiddelllijk medische hulp worden ingeroepen. Hoewel het mogelijk is met deze stoffen op verantwoorde wijze om te gaan (en er een aanmerkelijke industrie vloeibaar fluor bij de ton vervoert) vergt dat training en degelijke veiligheidsprocedures.


Zie ook:

Externe links:



Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.