Metingen aan fasenovergangen
Dat een fase-overgang onder bepaalde condities reversibel optreedt betekent dat de twee fasen onder die condities een gelijke vrije energie hebben. Er kan bij zo'n fase-overgang enthalpie vrijkomen terwijl de entropie van het systeem afneemt, of andersom.
Wanneer aan een systeem dat geen fase-overgang vertoont warmte wordt toegevoerd, neemt daardoor de temperatuur continue toe. Tijdens een fase-overgang echter wordt (een gedeelte van) de toegevoerde energie gebruikt om de fase-overgang plaats te laten vinden, en kan een plotselinge verandering worden waargenomen in de snelheid waarmee de temperatuur toeneemt. Hierop berusten technieken om fase-overgangen te kunnen waarnemen (micro-calorimetrie).
Een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk is een pan water op een vuur: De temperatuur van het water neemt snel toe totdat de faseovergang vloeistof naar damp begint. Op dat moment blijft de temperatuur stabiel op het kookpunt van 100°C totdat al het water in dampvorm is overgegaan. Terwijl deze fase-overgang erg duidelijk is en ook kan worden waargenomen zonder de temperatuur in de tijd te volgen, kunnen andere fase-overgangen zo subtiel zijn dat er geen enkele andere manier is om ze betrouwbaar waar te nemen.
Een fase-overgang in een kristallijn materiaal kan ook worden gevolgd door het maken van kristallografische metingen. Hieruit kan vaak in detail worden vastgesteld wat er in de stof verandert tijdens de overgang.