De Faeröer (Faeröers: Føroyar; Deens: Færøerne) zijn een West-Europese eilandengroep, gelegen in het midden van de driehoek Schotland-Noorwegen-IJsland en behorend bij het koninkrijk Denemarken. De naam Faeröer betekent 'schapeneilanden' (øer is Deens voor 'eilanden', dus de naam Faeröer-eilanden is eigenlijk dubbelop). Er wonen ongeveer 45.000 mensen, van wie veel in de hoofdstad Tórshavn. De Faeröer zijn voornamelijk bevolkt vanuit Noorwegen, vanaf de 9e eeuw n.Chr. In de 11e eeuw kwamen de eilanden onder het gezag van de Noorse koning. Toen Noorwegen zelf een gebiedsdeel van Denemarken werd, kwamen de Faeröer ook onder de Deense kroon. Ook toen Noorwegen Zweeds en later zelfstandig werd, bleven de Faeröer Deens. In 1948 kregen ze verregaand zelfbestuur. De Faeröer horen niet bij de Europese Unie.
Kerngegevens: - oppervlakte: 1.399 km2
- kustlijn: 1.117 km
- inwonertal: 45.661 (2001).
- hoofdstad: Tórshavn (Deens: Thorshavn).
- hoogste punt: Slaettaratindur op Eysturoy, 882 m.
- tijdzone: GMT
- landcode (telefoon): 298
- landcode (post, verkeer): fo
- topleveldomein: .fo
De eilanden De zeventien bewoonde eilanden van de Faeröer zijn:
Streymoy -- Eysturoy -- Vágar -- Mykines -- Suðuroy -- Stóra Dímun -- Skúvoy -- Sandoy -- Hestur -- Koltur -- Nólsoy -- Borðoy -- Kalsoy -- Kunoy -- Viðoy -- Svínoy -- Fugloy.
Het achttiende, onbewoonde eiland is Lítla Dímun.
De hoofdstad van de eilanden, Tórshavn, ligt op het grootste eiland, Streymoy. Dit eiland is met een dam verbonden met het op een na grootste eiland, Eysturoy.
Vanaf Borðoy loopt een dam naar zowel Viðoy als Kunoy. Deze drie eilanden vormen samen met Kalsoy, Svínoy en Fugloy de Noordeilanden.
Op Vágar ligt de nationale luchthaven van de Faeröer, zodat luchtreizigers die naar Tórshavn willen toch ook een overtocht per veerboot moeten maken.
Het meest westelijke eiland Mykines is beroemd om zijn populatie papegaaiduikers. De hele archipel heeft overigens een rijk vogelleven: de steile, rotsachtige kust maakt de nesten onbereikbaar voor vijanden.