Tagoror  

Encyclopedie




Euthanasie

Euthanasie is opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene op diens verzoek. Deze definitie is afkomstig van de Staatscommissie voor euthanasie (1985), en wordt tegenwoordig algemeen in Nederland gehanteerd. Ook hulp van de arts bij zelfdoding valt hieronder.

Het doel moet zijn een einde te maken aan uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt.

Met andere woorden, het moet gaan om:

  • opzettelijk levensbeëindigend handelen
  • op uitdrukkelijk verzoek
  • van de patiënt zelf
  • door een ander (een arts).

Niet tot de euthanasie worden gerekend:
  • Medisch handelen waardoor het leven onbedoeld wordt bekort. Hieronder kan bijvoorbeeld pijnbestrijding met morfine vallen.
  • Het niet geven van een (medische) behandeling die volgens de geldende medische inzichten zinloos is.
  • Het niet geven van een (medische) behandeling omdat er geen toestemming voor is.

Table of contents
1 Wettelijke regeling
2 Minderjarigen
3 Geen euthanasie
4 Euthanasieverzoek door de patiënt
5 Toekomstgerichte euthanasiewens
6 Geen "recht" op euthanasie
7 Bronnen

Wettelijke regeling

Euthanasie is geregeld in de wet ‘Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’. Deze wet is in werking vanaf 1 april 2002. De wet geldt uitsluitend voor gevallen van euthanasie, dus levensbeëindigend handelen en hulp bij zelfdoding op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt

Iedereen van 16 jaar en ouder kan een euthanasieverklaring opstellen, voor het geval hij wilsonbekwaam wordt (dat wil zeggen: niet langer in staat is een euthanasieverzoek te uiten). Hierover zegt de wet: "Indien de patiënt van zestien jaren of ouder niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat werd geacht, en een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging, heeft afgelegd, dan kan de arts aan dit verzoek gevolg geven."

In Nederland is euthanasie dus niet strafbaar, mits de arts de euthanasie meldt en voldoet aan een aantal zorgvuldigheidseisen (artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht). Deze zorgvuldigheidseisen zijn gespecificeerd in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (artikel 2) en houden in dat de arts:

  1. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt,
  2. de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt,
  3. de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten,
  4. met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was,
  5. ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en
  6. de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Minderjarigen

Een minderjarige vanaf twaalf jaar kan een verzoek om euthansie of hulp bij zelfdoding doen. Maar een beslissing wordt niet buiten de ouders om genomen. De euthanasiewet ondescheidt twee leeftijdscategorieën:
  • bij minderjarige patiënten van 12 tot 16 jaar is instemming van de ouders of voogd vereist;
  • 16 en 17 jarigen nemen de beslissing in beginsel zelfstandig, maar hun ouders moeten wel in de besluitvorming worden betrokken.

Geen euthanasie

Geen vorm van euthanasie is:
  • het staken of niet instellen van een medische behandeling op verzoek van de patiënt. Een arts moet deze weigering tot verdere behandeling respecteren;
  • het afzien door een arts van een zinloze medische behandeling; dit behoort tot normaal medisch handelen;
  • het proberen te verlichten van de pijn van een patiënt door een arts met steeds zwaardere medicijnen die als neveneffect hebben dat ze het leven bekorten.

Euthanasieverzoek door de patiënt

De meeste verzoeken om euthanasie zijn afkomstig van mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden en die een zelfgekozen dood als de enige uitweg beschouwen. Het lijden zal vrijwel altijd lichamelijk van aard zijn. In meer dan 80 procent gaat het om kankerpatiënten die in de laatste fase van hun ziekte om hulp vragen. Het verzoek om euthanasie mag niet onder druk of invloed van anderen worden gedaan of het gevolg zijn van een psychische stoornis. De patiënt moet volledig inzicht hebben in zijn ziekte, het vermoedelijk verloop ervan en de behandelingsmogelijkheden.

Toekomstgerichte euthanasiewens

Ook zijn euthanasieverzoeken afkomstig van een groep mensen met een toekomstgerichte euthanasiewens. Voor het geval dat zij om een of andere reden in een situatie komen die zij nu als ondraaglijk en uitzichtloos bestempelen. Bijvoorbeeld verlamd en van hun spraak beroofd na een hersenbloeding. Omdat ze dan niet meer in de gelegenheid zijn daar bewust om te vragen, praten ze er alvast met hun huisarts over of zetten ze hun euthanasieverzoek op schrift. Zo’n schriftelijke wilsverklaring, ook wel euthanasieverklaring genoemd, wordt in de wet erkend als legitiem verzoek om euthanasie. Dat is met name van belang in die situaties waarin patiënten hun verzoek niet meer mondeling kenbaar kunnen maken. De huisarts moet, mocht de situatie zich voordoen, zich ervan op de hoogte stellen dat deze schriftelijke wens nog steeds geldt. Ook is hij, net als bij een mondeling verzoek, verplicht zich te houden aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen.

Geen "recht" op euthanasie

In Nederland bestaat geen recht op euthanasie. De beslissing om aan een euthanasieverzoek te voldoen is aan de behandelend arts. Een arts heeft tegenover zijn patiënt twee verplichtingen:
  • zijn lijden te verlichten of weg te nemen;
  • zijn leven te behouden.
De tweede verplichting staat tegenover de wens om euthanasie van de patiënt. Artsen mogen daarom weigeren een euthanasieverzoek in te willigen. Ook verpleegkundigen mogen weigeren mee te werken aan (de voorbereidingen van) euthanasie. Een arts of verpleegkundige kan door zijn weigering niet worden vervolgd. De wet wil juist waarborgen dat een arts niet in strijd met zijn eigen
geweten hoeft te handelen. Wel zal een afwijzende arts de patiënt doorverwijzen naar een collega die het aan het verzoek mogelijk wel gehoor zal geven.

Bronnen




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.