De Brusselse jurist Emile Vandervelde werd geboren te Elsene op 25 januari 1866. Hij stierf er op 27 december 1938. Hij was de onbetwistbare "Patron" van de BWP, de Belgische Werkliedenpartij, later de BSP, de Belgische Socialistische Partij. Hij was nog student, toen hij tot de partij toetrad, in 1885.
In 1894 stelde hij het Charter van Quaregnon op. Het werd de ideologische grondslag van het Belgische socialisme. Emile Vandervelde bleef vasthouden aan de marxistische leerstellingen, volgens dewelke de maatschappij in twee noodzakelijk vijandige klassen is ingedeeld en de organisatie van de partij moest gebeuren "op het terrein van de klassestrijd".
In 1902 werd in het Brusselse Parlement zijn wetsvoorstel omtrent een grondwetswijziging voor het algemeen stemrecht, afgeketst door de katholieke regering van Graaf Paul de Smet-de Naeyer. 's Avonds ontstond een massale arbeidersbetoging te Leuven. Door de burgerwacht werden 6 arbeiders neergekogeld: Jan Govaerts (22 j.), Petrus Imbrechts (17 j.), Petrus Jansegers (38 j.), Martin Vanlens (38 j.), Jan Ceusters (42 j.) en Pieter Jensen (16 j.). Bevelvoerders en schutters werden achteraf gedecoreerd: Louis Coen, kruis 1ste klasse, burgerwachters De Wit en Frère, kruis 2de klasse en schutter Vande Wiele, médaille 1ste klasse.
Vandervelde werd professor aan de Vrije Universiteit van Brussel, bekleedde meerdere ministerposten en behoorde tot de voornaamste politieke leiders in België, voor wereldoorlog II.