Tagoror  

Encyclopedie




Elektronenschil

De elektronenconfiguratie van de elektronen rond de atoomkern beschrijft in welke banen de elektronen zich bevinden rond het atoom. Het woord 'baan' moet hier echter met een korreltje zout genomen worden omdat het elektron zich ook als een golfverschijsel gedraagt: de baan is meer een staand golfpatroon met buiken en knopen. Voor iedere baan beschrijft een wiskundige formule de waarschijnlijkheid om het elektron ergens aan te treffen. Elke baan heeft een bepaald energieniveau ten opzichte van de kern. In het algemeen geldt:hoe verder van de kern, hoe hoger het energieniveau, maar de elektronen beinvloeden ook elkaar omdat zij geladen deeltjes zijn. Grofweg worden de binnenste banen het eerst opgevuld maar door de onderlinge afstoting zijn daar uitzonderingen op. De banen kunnen onderverdeeld worden in een aantal schillen en subschillen, die genummerd kunnen worden met hun kwantumgetallen.

De eerste drie kwantumgetallen zijn altijd gehele getallen:

  • het hoofdkwantumgetal n, een hoofdverdeling van de energieniveaus, de (hoofd)schillen genoemd. Deze hoofdschillen worden genummerd van 1 tot 7, van de kern naar buiten toe. Deze hoofdschillen worden wel respectievelijk met de letters K, L, M, N, O, P, Q, enz. aangeduid. Deze namen worden vooral nog veel gebruikt bij röntgenstraling, om aan te geven welke binnenschillen betrokken zijn bij de elektronische overgang die de straling veroorzaakt.
  • het nevenkwantumgetal l (kleine L), "der Drehimpuls", verdeelt de (hoofd)schillen in 'subschillen. De subschillen worden aangegeven door een letter uit de reeks s,p,d,f,g,h,i,j,k,... toe te voegen aan het hoofkwantumgetal n. Voor een hoofkwantumgetal n kan l de waarden 0,1,2,..,n-1 bezitten.
  • het magnetische kwantumgetal m, verdeelt iedere subschil in 2 * l + 1 banen, m loopt van van - l tot + l. (In deze formule is l, het nevenkwantumgetal 0 tot 7, een kleine letter L).
  • Tenslotte is er nog het spin kwantumgetal s van het elektron zelf, naast deze drie baan-kwantumgetallen . Dit getal is s=1/2 en heeft een magnetisch spinkwantumgetal met twee waarden: -1/2 en + 1/2 (spin up en spin down)

Twee elektronen moeten altijd minstens in één van hun kwantumgetallen verschillen. In iedere baan kunnen zich daarom twee elektronen bevinden, met tegengestelde spin.

Er komt steeds een subschil bij, naarmate n verhoogt: voor n=1 is er één subschil (1s), voor n=2 zijn er twee (2s en 2p), voor n=3 zijn er drie subschillen (3s,3p,3d) en zo voorts.

De subschillen in vet (bold) : 7d,7f,7g,7h,7i en 6f,6g,6h en 5g) raken nooit vol in de grondtoestand omdat er maar zo'n 100 elementen zijn. Daardoor zullen de 5 de , 6de en 7 de schil nooit vol geraken, en zal het theoretische maximum aantal elektronen voor het kwantumgetal n=5, 6, en 7 nooit behaald worden. (Daarom zijn deze waarden ook in vet - bold weergegeven.)

 

Tabel: geeft als het mogelijk is aantal elektronen in iedere baan:

n l=0,1,..,n-1 (nummer subschil) 2 * l + 1 = aantal 'magnetische' schillen aantal elektronen in baan = 2 per baan aantal elektronen per subschil
1 K 0 1 2 2
2 L 0,1 1,3 2,6 8
3 M 0,1,2 1,3,5 2,6,10 18
4 N 0,1,2,3 1,3,5,7 2,6,10,14 32
5 N 0,1,2,3,4 1,3,5,7,9 2,6,10,14,18 50
6 P 0,1,2,3,4,5 1,3,5,7,9,11 2,6,10,14,18,22 72
7 Q 0,1,2,3,4,5,6 1,3,5,7,9,11,13 2,6,10,14,18,22,26 98
8 R Enzovoorts

De elektronen in de schillen met lage n waarde worden de binnenelektronen genoemd. De buitenste elektronen bepalen de chemische eigenschappen van het atoom.

golffunctie

Het beeld dat in dit artikel geschetst wordt, dat de elektronen zich in (sub)schillen rond de atoomkernen bevinden is een benadering die men zich maakt van de zeer moeilijk te begrijpen beschrijving op grond van de theorie van de kwantummechanica. De elektronen hebben elk een waarschijnlijkheidverdeling van de plaats waar ze zich werkelijk bevinden. Deze verdeling wordt beschreven met een golffunctie. Die golffunctie is niet zozeer een schil, maar heeft wel een bepaalde vorm. Het elektron heeft in feite een uitgestrekt gebied waar het zich kan bevinden (zie het waarschijnlijkheidsprincipe van Heisenberg). De vorm van de golffunctie is verschillend voor de aanduiding s,p,d etc. Door het uitsluitingsprincipe van Pauli kunnen geen elektronen naast elkaar bestaan met exact dezelfde golffunctie. Door de eigenschap spin (golfmechanica) van het elektron kunnen er wel twee elektronen zich bevinden in de subschil s. Namelijk het elektron met spin up en het andere elektron met spin down. Dit geldt voor iedere schil op het laagste niveau: de 'magnetische' subschil.

De schillen worden opgevuld met elektronen, naarmate het atoom zwaarder (mmeer elektronen heeft) bevat. Hierbij wordt door de elektronen steeds de laagste energietoestand aangenomen. Hierdoor wordt meestal een dichter tegen de kern gelegen schil volledig opgevuld, voordat een elektron plaats neemt op een schil dat verder van de kern gelegen is.

Voor elke rij elementen worden alleen de nieuwe schillen vermeld, alle schillen uit de bovenliggende rijen zijn geheel gevuld (denk er de elektronenconfiguraties van de meest rechtse elementen -de edelgassen- uit alle bovenliggende rijen bij).

Voorbeeld: de volledige elektronenconfiguratie van broom (symbool Br) is 1s22s22p63s23p64s23d104p5. Meestal worden de compleet gevulde schillen uit bovenliggende rijen van het systeem vervangen door het symbool van het edelgas uit de vorige rij. De elektronenconfiguratie van broom wordt dan aangegeven als [Ar] 4s23d104p5.

In onderstaande tabel wordt het aantal elektronen per subschil, per schil, en voor het volledige atoom gegeven. Dit is slechts een theoretish maximum aantal elektronen, want voor de bekende elementen zijn niet alle subschillen volledig bezet.

De eerste kolom is het kwantumgetal n: 1 tot 7. De tweede kolom is de oude benaming van de schil: K to Q.

 
n Totaal aantal elektronen van het atoom Elektronen v/d schil s p d f g h i
1 K 2 (1s) 2 (1s) 2 (1s)
2 L 10 (1s2s2p) 8 (2s2p) 2 (2s) 6 (2p)
3 M 28 (1s2s2p3s3p3d) 18 (3s3p3d) 2 (3s) 6 (3p) 10 (3d)
4 N 60 (1s2s2p3s3p3d4s4p4d4f) 32 (4s4p4d4f) 2 (4s) 6 (4p) 10 (4d) 14(4f)
5 O 110 (1s2s2p3s3p3d4s4p4d4f5s5p'\5d'5f5g) 50 (5s5p5d5f5g) 2 (5s) 6 (5p) 10 (5d) 14(5f) 16(5g)
6 P 180 (1s2s2p3s3p3d4s4p4d4f5s5p5d5f5g6s6p6d6f6g6h) 72 (6s6p6d6f6g6h) 2 (6s) 6 (6p) 10 (6d) 14(6f) 16(6g) 18(6h)
7 Q 278 (1s2s2p3s3p3d4s4p4d4f5s5p5d5f5g6s6p6d6f6g6h7s7p7d7f7g7h7i) 98 (7s7p7d7f7g7h7i) 2 (7s) 6 (7p) 10 (7d) 14(7f) 16(7g) 18(7h) 20(7i)

De volgorde waarin zij als functie van het atoomnummer opgevuld worden wijkt af, in die zin dat de 4s elektronen eerder gevuld worden dan de 3d elektronen. Hoewel de periodenummers van het periodiek systeem verband houden met het kwantumgetal n zijn ze daarom niet gelijk.


Zie ook:




Tagoror Networks: Spain  |  Philippines  |  Mexico

Los documentos de esta enciclopedia on line se publican bajo la Licencia de Documentación Libre GNU

De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn.