De Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) was de eerste oorlog waarbij landen uit de hele wereld betrokken waren, vandaar de naam wereldoorlog. Voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak werd hij ook wel de Grote Oorlog genoemd, al werd de naam Eerste Wereldoorlog al in 1920 door luitenant-kolonel Repington gebruikt in zijn boek The First World War 1914-18. Belangrijke kenmerken van deze oorlog waren de loopgravenoorlog, waarbij stellingen slechts ten koste van grote verliezen aan mensenlevens en materieel werden veroverd, en de introductie van wapens die de oorlogvoering een nieuw gezicht zouden geven, zoals chemische wapens, tanks, zware houwitsers, duikboten, en het gebruik van vliegtuigen. Daarnaast voedde onvrede onder de Duitsers over de afloop van de oorlog (gedwongen herstelbetalingen, de wiedergutmachung, en ernstige beperking van de legermacht) de aspiraties van Adolf Hitler en zijn Nazi-partij, wat uiteindelijk mede de aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog vormde.
Oorzaken
De directe aanleiding voor de oorlog was de succesvolle moordaanslag op de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Ferdinand van Oostenrijk en zijn vrouw Sophia in Sarajevo, Bosnië door een pro-Servische nationalist (de Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip. De werkelijke oorzaken lagen dieper ...
Het machtsevenwicht
In het begin van de twintigste eeuw had Europa een delicaat machtsevenwicht, dat door een aantal gebeurtenissen werd ondermijnd: - het Britse besluit zich bij een Frans-Russisch bondgenootschap aan te sluiten, gevoed door bezorgdheid, omdat Duitsland bezig was de Britse militaire overmacht ter zee naar de kroon te steken,
- daarop volgende Duitse en Oostenrijk-Hongaarse uitdagingen aan de Engels-Frans-Russische 'Triple Entente'
- Duitse bezorgdheid over het snelle Russische herstel na de nederlaag in de oorlog met Japan van 1905 en de daarop volgende revolutionaire onrust, en
- de opkomst van krachtige nationalistische ambities onder de Balkanstaten, die op hun beurt naar Berlijn, Wenen en Sint Petersburg keken voor diplomatieke steun.
Het verloop van de oorlog
1914 was een prachtig jaar. Vooral de julimaand mocht er wezen. Aan de stranden van West-Europa vierde de burgerij onbekommerd vakantie. De wijnboeren wreven zich vergenoegd in de handen, want het warme weer beloofde een prima oogst. De Bayreuther Festspiele brachten Der Fliegende Holländer van Richard Wagner. En de Belg Philippe Thys won de Tour de France. Maar aan de hoven, in de kanselarijen en de regeringsgebouwen en op de militaire hoofdkwartieren van de Europese grootmachten was van vakantiestemming geen sprake. Daar zag menigeen de catastrofe onafwendbaar naderen. Vooral sinds de moord - op 28 juni door de Serviër Gavrilo Princip - op de Oostenrijkse aartshertog Frans Ferdinand. De Donau-monarchie Oostenrijk-Hongarije wist zich gesteund door het machtige Duitse keizerrijk en zag eindelijk een aanleiding Servië te annexeren. Duitsland zal zijn bondgenootschappelijke verplichtingen nakomen, meldde de Duitse pers. En: Rusland kan in het Oostenrijks-Servisch conflict niet werkeloos blijven toezien, luidde het in Sint Petersburg. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië, met de frivole oorlogszuchtigheid van seniele keizerrijken, zoals de Amerikaanse historica Barbara Tuchman het treffend uitdrukte. Een dag later bombardeerden de legers van de dubbel-monarchie Belgrado. Er trad een mechanisme in werking dat niet meer te stoppen was.
Sneeuwbaleffect
Het 'sneeuwbaleffect' in kort bestek: Op 30 juli mobiliseerde Rusland, beschermer van Servië. Een dag later volgde op een Duits ultimatum die mobilisatie in te trekken geen antwoord uit Petersburg waarop Duitsland onmiddellijk de mobilisatie afkondigde en op 1 augustus Rusland de oorlog verklaarde. Toen kon Ruslands bondgenoot Frankrijk niet achterblijven en mobiliseerde ook. Duitsland verklaarde Frankrijk de oorlog en begon - het was inmiddels 3 augustus - meteen met een opmars door België. Dat was tenslotte weer aanleiding voor Engeland Duitsland de oorlog te verklaren. Binnen een week waren alle Europese grootmachten met elkaar in oorlog. De diverse generale staven hadden haast. Ze zaten vast aan onverbiddelijke tijdschema's. Een eenmaal in gang gezette mobilisatie - met alle troepenverplaatsingen en spoorwegregelingen van dien - was nauwelijks nog terug te draaien.
Loopgravenstrijd
Terwijl de Duitse politiek er van uitging dat Engeland neutraal zou blijven had het Duitse opperbevel intussen wel een krijgsplan klaar dat die neutraliteit onmogelijk zou maken. Immers, Londen stond in voor de Belgische neutraliteit. En toen die op 3 augustus werd geschonden en de Duitse Uhlanen brandschattend naar de forten rond Luik trokken, bleef Londen niets anders over dan Berlijn een ultimatum te stellen en de oorlog te verklaren. Behalve de Scandinavische landen, Spanje, Zwitserland en Nederland zouden uiteindelijk alle Europese landen bij de Eerste Wereldoorlog betrokken raken. Algemeen werd verwacht dat het een korte oorlog zou worden. Weer thuis als de bladeren vallen, was de veelgehoorde slogan. Maar het werd een ongekend lange en wrede oorlog waarvan de fronten al na anderhalve maand vast lagen. Wat volgde was een zinloze loopgravenstrijd die miljoenen slachtoffers kostte. Op één dag vielen bij Verdun of aan de Somme meer doden dan bij alle oorlogen van de eeuw daarvoor samen (bij de Somme 600.000 geallieerden en 750.000 Duitsers).
Slechts heel langzaam drong bij de militaire opperbevelen het inzicht door dat in deze oorlog, waarin zij de aanval nog als zaligmakend beschouwden, verdedigers altijd in het voordeel waren. Aanvallers sneuvelden bij bosjes doordat snelvuur en granaat-bombardementen de oude gevechts- en wapentechniek inmiddels hopeloos ouderwets hadden gemaakt.
Vergeefs
Het was een oorlog die begon met de militaire tactieken van de Frans-Duitse oorlog van 1870. Met charges van de cavalerie, massale inzet van de infanterie en al even massale als vergeefse bajonet-aanvallen. Aan Franse kant was bijvoorbeeeld deze tactiek uit en ten treure beoefend. De naam voor deze tactiek (het Elan genaamd) van de aanval met grote groepen infanterie in een offensieve vorm heette: Offensive de Outranche (Ned: aanval tot het uiterste). Het was ook een oorlog die zou eindigen met de tactieken van de Tweede Wereldoorlog: in deze oorlog namen tanks en vliegtuigen voor het eerst deel aan de strijd. Maar het was bovenal de oorlog die een hele generatie Europeanen uit zou roeien. In totaal vielen er bijna negen miljoen doden; wel overwegend militairen. Burgerslachtoffers waren er in deze oorlog nauwelijks, hoewel de Duitsers zich tijdens hun inval in België bijzonder rigide gedroegen tegenover de Belgische burgerbevolking.
De onverbeterlijke keizer Wilhelm II schreef na de oorlog in zijn ballingsoord Doorn in zijn Kriegserrinnerungen:
Wanneer ik terugdenk aan die moeilijke vier oorlogsjaren met hun hopen en versagen, met hun schitterende zegepralen en hun verliezen aan kostbaar bloed, dan ontgloeit in mij een gevoel van vurigen dank en van onvergankelijke bewondering voor de weergalooze daden van het Duitse volk in de wapenen...
Zie ook Tweede Wereldoorlog
De Oorlog werdt op de 11e van de 11e 1918 (11 november 1918) om 11 over 11 uur beeindigd. Tot de laatste minuut vielen de 'vernietigingsschoten' door de artillerie over en weer (vrede van Versailles; het volgende dispuut; aanleiding tot WO-II).
Externe Links
simple:World War I