 |
Dyslexie Wat dyslexie is? Daar zijn eigenlijk twee antwoorden op. Het ene zegt dat de twee hersenhelften niet goed met elkaar samenwerken, het andere geeft een langere verklaring. Hieronder staat de langere verklaring. Mensen met dyslexie denken in beelden, of in klanken in de vorm van woorden. Dit betekent dat iemand die dyslexie heeft eerst een beeld van de betekenis moet hebben en dan pas kan leren hoe je het uitspreekt. Als u uw ogen dicht doet en u een huis voorstelt, dan kijkt u bijvoorbeeld vanaf de oprit, of vanuit de straat. Het maakt niet uit waarvandaan, maar die plek heet het voorstellingsoog. Als dyslectici een beeld denken bekijken ze dat heel snel van alle kanten zonder dat ze het zelf weten, ze bewegen dus dat voorstellingsoog. Dyslectici raken eerder in de war. Wanneer ze met dat oog bewegen raken ze dat nog sneller. Doordat ze in de war raken gaan ze fouten maken en worden ze soms duizelig. Als u wilt weten hoe dat voelt kunt u 40 rondjes rennen, zo snel mogelijk. Dan pakt u de krant voor u en probeert alleen maar de kleine letters te lezen. u zult wel het idee hebben dat je van je stoel valt, dat merken dyslectici best vaak als ze in de war zijn. Ze voelen iets anders, horen iets anders, zien iets anders en ruiken iets anders. Ook zult u gemerkt hebben dat u de grote letters veel makkelijker kunt lezen dan die hele kleine. Dat is ook de reden waarom kinderen op school een vergroot proefwerk krijgen. Het helpt dan dus ook niet als je ze een bril op doet. Ook is er het probleem dat het heel moeilijk is om bij het woord 'de' of 'in' een beeld te vormen. Als ze die woorden tegen komen kunnen ze daarbij niks denken. Als dat maar vaak genoeg in een tekst voorkomt raken ze ook helemaal in de war. Het is dus moeilijk te lezen als je steeds in de war raakt. Er zijn drie dingen die gebeuren bij verwarring waar u misschien niet meteen aan denkt. Dat zijn omgeving, identiteit en tijd. Als ze bijvoorbeeld niet weten wat boven of onder is, of wat links en rechts is, valt dat onder omgeving. Verwarring over identiteit houdt in dat u ergens naar kijkt, maar er gaat geen enkel lampje branden over wat het is. Onder tijd valt dat je niet kunt schatten hoeveel tijd u ergens voor nodig hebt, hoe laat het is en u niet kunt klokkijken omdat er een probleem is van identiteit. Ook valt daaronder dat je geen volgorde kent zoals of je eerst ontbijt en dan gaat slapen, of andersom. Het is dus moeilijk om met woorden bezig te zijn, als er constant een verwarring ontstaat. Dyslexie is dan wel een soort van handicap, maar juist door die handicap zijn er ook dingen waar mensen met dyslexie extra goed in zijn. Zo zijn ze vaak slimmer, dat is redelijk simpel te verklaren. Een niet-dyslectische baby kan, net als een dyslectische baby, al heel snel in beelden denken, maar het niet-dyslectische kind kan dit niet goed en doet er dus niks mee. Een dyslectisch kind kan dit veel beter en gaat zich erin specialiseren. Als de twee kinderen op een leeftijd van 3 jaar komen, is het dyslectische kind al twee jaar bezig met nadenken, het andere kind kan nu praten en gaat nu beginnen met denken. Oftewel, het dyslectische kind heeft dus eigenlijk twee jaar voorsprong. Wat dat kind niet weet, is dat door zijn manier van denken het in grote problemen gaat komen als het op de basisschool komt en daar moet gaat leren lezen, spellen en schrijven. Dyslectici kunnen bovendien sneller denken, dit komt omdat in beelden denken en dat gaat nou eenmaal veel sneller dan met woorden. Er zijn nog heel wat van dit soort eigenschappen van dyslectici, maar niet alle dyslectici hebben deze eigenschappen. Er zijn (helaas) ook dyslectici die geen goede eigenschappen hebben verkregen door hun dyslexie.
|
 |
|